Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Blauwvleugelzanger

Blauwvleugelzanger | Vermivora cyanoptera

Blue-winged Warbler | Reinita aliazul

De blauwvleugelzanger is een gele zanger met blauwgrijze vleugels en een smalle zwarte oogstreep, die broedt in ruigten en jonge bosopslag in het oosten van de Verenigde Staten. Hij overwintert vooral in Mexico en Midden-Amerika; het Caribisch gebied ligt aan de rand van het overwinteringsgebied en wordt in kleine aantallen bezocht. De soort is nauw verwant aan de geelvleugelzanger en hybridiseert er regelmatig mee.

Blauwvleugelzanger (Vermivora cyanoptera)
Foto: TonyCastro — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een vrij scherp tsjip; de vluchtroep een fijn, zoemend tsii. De zang, vooral in het broedgebied maar soms al in het voorjaar op doortrek, bestaat uit twee zoemende tonen, bieee-bzzz, de tweede lager en rasperiger.

Luister: ZangXC1170226

Opname: Stephen Tyndel — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm, met een fijne, spitse snavel. Kop en onderdelen helder geel, de rug olijfgroen. De vleugels en staart zijn blauwgrijs, met twee witte vleugelstrepen; de onderstaartdekveren zijn wit en de staart toont van onderen witte vlekken. Een smalle zwarte streep loopt van de snavel door het oog. Het vrouwtje is doffer, met minder geel op de kruin en een vagere oogstreep. Jonge vogels lijken op het vrouwtje, met een groenere kruin.

Verwarrings­soorten

De geelvleugelzanger Vermivora chrysoptera is grijs en wit, met een zwart masker, een zwarte of grijze keel en een gele vleugelvlek. Hybriden komen voor: 'Brewsters zanger' is grijs-wit met de smalle oogstreep van de blauwvleugelzanger en gele of witte vleugelstrepen, 'Lawrences zanger' is geel met het zwarte masker en de keel van de geelvleugelzanger. De citroenzanger Protonotaria citrea is groter, heeft geen oogstreep en geen vleugelstrepen. De gele zanger Setophaga aestiva heeft gele randen aan vleugels en staart en geen zwarte oogstreep.

Leefgebied

In het gebied bosranden, open plekken en jong secundair bos in halfgroen, vochtig en droog loofbos en kalksteenbos, ook in hogere bergbossen. Zoekt in de lagere en middelste laag naar insecten en spinnen, vaak hangend aan bladbundels en dode bladeren, en sluit zich aan bij gemengde groepen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Schaarse doortrekker en wintergast op de Bahama's, Cuba en de Kaaimaneilanden; zeldzaam op Jamaica, Hispaniola (Haïti en de Dominicaanse Republiek), Puerto Rico en de Maagdeneilanden. Dwaalgast in de Kleine Antillen. Broedt in het oosten van de Verenigde Staten en het uiterste zuiden van Ontario, en overwintert van het zuiden van Mexico tot Panama.

  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De beste kans is in de trekmaanden september–oktober en maart–april, in gemengde groepen in bos en bosranden op Cuba, de Bahama's en Grand Cayman. De gele kop met de smalle zwarte oogstreep en de witte vleugelstrepen op een blauwgrijze vleugel maken de soort in elke kleed herkenbaar. Bij een afwijkende vogel is het zinvol aan een hybride te denken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Het broedgebied is in de afgelopen eeuw naar het noorden uitgebreid, waarbij de blauwvleugelzanger de geelvleugelzanger op veel plaatsen heeft verdrongen of door hybridisatie opgenomen. Op de lange termijn hangt de soort af van jonge bosopslag, die in het broedgebied afneemt.

Wetenschappelijke naam

Vermivora cyanoptera | Olson & Reveal, 2009

Olson & Reveal beschreef de soort in 2009 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Vermivora werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Vermivora is Latijn, van vermis 'worm' en -vorus 'etend': 'wormeneter'. cyanoptera is Grieks, van kuanos 'donkerblauw' en -pteros '-vleugelig', naar de blauwgrijze vleugels. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Noord-Amerika (niet nader bepaald).