Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Geelvleugelzanger

Geelvleugelzanger | Vermivora chrysoptera

Golden-winged Warbler | Reinita alidorada

De geelvleugelzanger is een grijze zanger met een gele kruin en een grote gele vleugelvlek, die broedt in jonge bosopslag in het noordoosten van Noord-Amerika. Hij overwintert in Midden-Amerika en het noorden van Zuid-Amerika en bereikt het Caribisch gebied alleen in kleine aantallen. De soort hybridiseert regelmatig met de blauwvleugelzanger.

Geelvleugelzanger (Vermivora chrysoptera)
Foto: DJ McNeil — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een vrij scherp tsjip. De zang, in het broedgebied, is een zoemend bie-buz-buz-buz, met een hogere eerste toon.

Luister: ZangXC901330

Opname: Valerie Heemstra — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm, met een fijne, spitse snavel. Bovendelen blauwgrijs, onderdelen grijswit. Het mannetje heeft een gele voorkruin, een zwart oogmasker en een zwarte keel, beide wit omrand, en een grote gele vlek op de vleugel. Het vrouwtje heeft hetzelfde patroon, maar grijs in plaats van zwart op wang en keel, en een doffere kruin en vleugelvlek.

Verwarrings­soorten

De blauwvleugelzanger Vermivora cyanoptera is geel van onderen, met een smalle zwarte oogstreep en twee witte vleugelstrepen op een blauwgrijze vleugel. Hybriden tussen beide soorten, bekend als 'Brewsters zanger' (grijs-wit met een smalle oogstreep en gele of witte vleugelstrepen) en 'Lawrences zanger' (geel met het zwarte masker en de keel van de geelvleugelzanger), worden ook op de eilanden gezien. Het zwart-witte kopmotief kan aan de bonte zanger Mniotilta varia doen denken, maar die is overal gestreept.

Leefgebied

In het gebied vochtig en halfgroen loofbos, bergbos en kalksteenbos, vooral bosranden en lichte plekken. Zoekt in de middelste en hogere laag, vaak hangend aan dode bladeren en bladbundels, naar insecten en spinnen, en trekt met gemengde groepen mee.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Zeldzame doortrekker en wintergast op Cuba, Jamaica, de Bahama's en de Kaaimaneilanden; zeer zeldzaam op Hispaniola, Puerto Rico en de Maagdeneilanden. Dwaalgast in de Kleine Antillen, op Trinidad en Tobago en de ABC-eilanden. Broedt in het zuiden van Canada, rond de Grote Meren en in de Appalachen, en overwintert van het zuiden van Mexico tot Colombia en Venezuela.

  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De kans is het grootst in de trekmaanden september–oktober en april op Cuba en Grand Cayman, in gemengde groepen in bos. Het zwarte masker en de gele vleugelvlek zijn ook bij een vogel hoog in het blad zichtbaar.

Staat van instandhouding

Gevoelig. De populatie is in de afgelopen decennia sterk afgenomen, vooral in het zuidelijke deel van het broedgebied, door het verdwijnen van jonge bosopslag, hybridisatie met de blauwvleugelzanger en verlies van bos in het overwinteringsgebied.

Wetenschappelijke naam

Vermivora chrysoptera | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Motacilla chrysoptera; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Vermivora werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Vermivora is Latijn, van vermis 'worm' en -vorus 'etend': 'wormeneter'. chrysoptera is Grieks, van khrusos 'goud' en -pteros '-vleugelig', naar de gele vleugelvlek. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit omgeving van Philadelphia, Pennsylvania (VS).