Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Bonte bosuil

Bonte bosuil | Strix virgata

Mottled Owl | Búho café

De bonte bosuil is een middelgrote bosuil zonder oorpluimen, die van Mexico tot het noorden van Argentinië voorkomt. In het Caribisch gebied leeft hij alleen op Trinidad. Hij werd vroeger in het geslacht Ciccaba geplaatst; de overplaatsing naar Strix wordt niet door alle auteurs gevolgd. Hij is strikt nachtactief.

Bonte bosuil (Strix virgata)
Foto: dominic sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De territoriumroep is een reeks diepe, nadrukkelijke hoetoenen, hoe-hoe-hoe-hoe, vaak in een vast ritme. Daarnaast een hese, langgerekte schreeuw, kieeeeh, fluittonen en blazende geluiden.

Luister: DuetXC1165520

Opname: David Ruíz Domínguez — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

28–36 cm, met een ronde kop zonder oorpluimen en grote, donkerbruine ogen. Het gezichtsmasker is lichtbruin met witachtige wenkbrauwen en een lichte rand rond de snavel. Kruin, nek en rug zijn in verschillende tinten donkerbruin gevlekt en gespikkeld. Keel, borst en buik zijn vuilwit tot geelbruin met duidelijke donkerbruine lengtestrepen; de bovenborst is vaak donkerder bruin. Er komt ook een donkere vorm voor met een geelbruine borst en buik. De staart is donker met smalle lichte banden.

Verwarrings­soorten

De briluil Pulsatrix perspicillata is veel groter, heeft gele ogen, een donkere borstband en een effen buik. De cholibaschreeuwuil Megascops choliba is veel kleiner, heeft korte oorpluimen en gele ogen. De Amerikaanse kerkuil Tyto furcata heeft een wit, hartvormig masker met kleinere ogen en lichte, nauwelijks getekende onderdelen.

Leefgebied

Bos van verschillende typen: regenwoud, vochtig bos in het heuvelland en de bergen, bosranden en ouder secundair bos, ook cacao- en koffieplantages onder schaduwbomen. Jaagt vanaf een zitpost op kleine zoogdieren, waaronder vleermuizen, op vogels, reptielen, kikkers en grote insecten. Broedt in een boomholte of soms in een oud nest van een andere vogel, met één of twee eieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen als standvogel op Trinidad, vrij algemeen in de beboste delen, vooral in de Northern Range. Niet vastgesteld op Tobago. Buiten het gebied van Mexico door Midden-Amerika en Zuid-Amerika tot het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste 's nachts langs bosranden en boswegen in de Northern Range luisteren naar de diepe hoetoenen; een vogel die op een tak langs de weg zit, laat zich in lamplicht soms goed bekijken. Overdag rust hij verscholen in dicht gebladerte.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort komt voor in uiteenlopende bostypen en kan ook in plantages met bomen leven, maar is wel afhankelijk van bos.

Wetenschappelijke naam

Strix virgata | (Cassin, 1849)

Cassin beschreef de soort in 1849 als Syrnium virgatum; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Strix werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Strix is het Latijnse woord voor 'uil'; in de klassieke overlevering was de strix een nachtvogel die het bloed van zuigelingen zou drinken. virgata is Latijn voor 'gestreept', naar de strepen op de onderzijde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bogotá, Colombia (later vastgelegd).