Alle soorten › Nieuwewereldgieren › Nieuwewereldgieren › Zwarte gier

Zwarte gier | Coragyps atratus

Black Vulture | Zopilote negro

De zwarte gier is in het gebied alleen op Trinidad een vaste verschijning, waar hij onder de naam corbeau overal boven steden, vuilnisbelten en vismarkten rondcirkelt. Hij leeft in groepen, zoekt voedsel op zicht en volgt vaak kalkoengieren, die aas met hun reukzin vinden, om ze daarna bij het kadaver te verdringen. Op de eilanden ten noorden van Trinidad is de soort een zeldzame dwaalgast.

Zwarte gier (Coragyps atratus)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zonder stemorganen en daardoor vrijwel stil; bij het aas en op de roestplaats sissen en grommen de vogels.

Luister: RoepXC917558

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

56–68 cm, gedrongen, met korte, brede vleugels en een korte, rechte staart waar de poten in vlucht bijna tot aan het eind reiken. Het verenkleed is dof zwart. De kop en bovenhals zijn kaal, grijs en gerimpeld; de snavel is donker met een lichte punt. In vlucht vallen de witachtige vlakken aan de basis van de handpennen op, alleen aan de vleugelpunt. De vogel vliegt met snelle, ondiepe vleugelslagen afgewisseld met korte glijvluchten, de vleugels vlak gehouden. De seksen zijn gelijk; jonge vogels hebben een zwartere, minder gerimpelde kop.

Verwarrings­soorten

De kalkoengier Cathartes aura is slanker en langstaartiger, heeft bij volwassen vogels een rode kop en toont van onderen tweekleurige vleugels: zwarte voorvleugel en grijze slagpennen over de hele lengte. Hij zweeft met de vleugels in een V en wiebelt zijdelings. Jonge kalkoengieren hebben een donkere kop, maar het vleugelpatroon en de vliegwijze blijven verschillend. Op afstand kunnen donkere roofvogels als de zwarte buizerd Buteogallus anthracinus verwarring geven; die hebben een bevederde kop en een witte staartband.

Leefgebied

Open en halfopen land, steden en dorpen, vuilnisbelten, slachthuizen, vismarkten, havens en wegen, en ook boven bosranden en kustgebieden. Eet vooral aas en afval, soms ook jonge of zwakke dieren. Roest gezamenlijk in bomen of op gebouwen. Legt de eieren zonder nest op de grond in een holte, tussen rotsen, in een holle boom of in een verlaten gebouw; op Trinidad begint de eileg rond november.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op Trinidad een algemene standvogel. Op Tobago, de Grote Antillen en de overige eilanden alleen verspreide waarnemingen van dwaalgasten, onder meer op Cuba. Buiten het gebied van het oosten van de Verenigde Staten door Mexico en Midden-Amerika tot in Chili en Argentinië.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Trinidad vrijwel overal te zien, vooral bij vismarkten en vuilnisbelten en boven Port of Spain. In de rest van het gebied is een zwarte gier een zeldzame waarneming; een zwarte gier boven de Grote Antillen moet goed onderscheiden worden van een jonge kalkoengier, met aandacht voor het vleugelpatroon en de staartlengte.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort profiteert van afval en slachtafval en neemt in grote delen van haar verspreidingsgebied toe. Plaatselijk worden vogels vergiftigd of vervolgd.

Wetenschappelijke naam

Coragyps atratus | (Bechstein, 1793)

Bechstein beschreef de soort in 1793 als Vultur atratus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Coragyps werd in 1853 ingevoerd door Le Maout. Coragyps is Grieks, van korax 'raaf' en gups 'gier': 'ravengier', naar het zwarte verenkleed. atratus is Latijn voor 'in het zwart gekleed', zoals bij rouw, naar het zwarte verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit St. Johns River, Florida.