Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Braziliaanse dwerguil

Braziliaanse dwerguil | Glaucidium brasilianum

Ferruginous Pygmy Owl | Mochuelo caburé

De Braziliaanse dwerguil is een kleine, ook overdag actieve uil die van het zuiden van de Verenigde Staten tot Argentinië voorkomt. In het Caribisch gebied leeft hij alleen op Trinidad, waar de ondersoort phaloenoides voorkomt die ook in het noordoosten van Venezuela en de Guyana's leeft. Kleine zangvogels reageren fel op hem en verraden zo vaak zijn aanwezigheid.

Braziliaanse dwerguil (Glaucidium brasilianum)
Foto: Bernard DUPONT — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lange reeks gelijkmatige, gefloten poep-poep-poep-poep-tonen, ongeveer twee tot drie per seconde, zowel overdag als 's nachts. Daarnaast een hoog, kwetterend tsjirr.

Luister: ZangXC1166721

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–17 cm, gedrongen, met een ronde kop zonder oorpluimen, gele ogen, korte witte wenkbrauwen en een relatief lange staart. De kleur varieert van grijsbruin tot warm roodbruin. De kruin is fijn licht gestreept, de vleugeldekveren dragen lichte vlekjes, en de staart is donker met lichte of roodbruine banden. Op de achterkop zitten twee zwarte vlekken met een lichte rand, die als 'valse ogen' werken. De onderdelen zijn wit met roodbruine of bruine lengtestrepen. De poten zijn bevederd, de klauwen relatief groot. De staart wordt vaak heen en weer bewogen of opgewipt.

Verwarrings­soorten

De cholibaschreeuwuil Megascops choliba is groter, heeft korte oorpluimen, een grijsbruin gezicht met een donkere rand en een fijn getekende borst, en is strikt nachtactief. De andere uilen op Trinidad, zoals de bonte bosuil Strix virgata en de briluil Pulsatrix perspicillata, zijn veel groter.

Leefgebied

Bosranden, open en droog bos, secundair bos, plantages, cultuurland met verspreide bomen en tuinen in het laagland en op de lagere hellingen. Jaagt vanaf een uitkijkpost, overdag en in de schemering, op grote insecten, hagedissen, kleine vogels en muizen, soms prooien die groter zijn dan hijzelf. Broedt in boomholten en oude spechtengaten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen als standvogel op Trinidad, vrij algemeen in het laagland en het heuvelland. Niet vastgesteld op Tobago. Buiten het gebied van Arizona en Texas door Mexico en Midden-Amerika tot Argentinië en Uruguay, en op Isla Margarita.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste op Trinidad langs bosranden en in cultuurland met bomen, ook overdag. Een groepje opgewonden zangvogels en kolibries rond één plek in een boom wijst vaak op een dwerguil. De reeks gefloten tonen klinkt vaak ook midden op de dag.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort past zich goed aan door de mens veranderd landschap aan, zolang er bomen met holten blijven staan.

Wetenschappelijke naam

Glaucidium brasilianum | (Gmelin, 1788)

Gmelin beschreef de soort in 1788 als Strix brasiliana; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Glaucidium werd in 1826 ingevoerd door Boie. Glaucidium is het Griekse glaukidion 'uiltje', een verkleinwoord van glaux 'uil'. brasilianum betekent 'Braziliaans', naar Brazilië, waar de soort werd beschreven. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Brazilië (Ceará voorgesteld).