Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Holenuil

Holenuil | Athene cunicularia

Burrowing Owl | Mochuelo de madriguera

De holenuil is een kleine, langpotige uil van open land die in holen in de grond broedt en vaak overdag op een heuveltje, paal of steen zit. In het Caribisch gebied leven eigen ondersoorten op Cuba, Hispaniola, de Bahama's en Aruba, waar hij als shoco een nationaal symbool is. Op Antigua, Saint Kitts, Nevis en Guadeloupe zijn de vroegere populaties uitgestorven.

Holenuil (Athene cunicularia)
Foto: https://www.flickr.com/photos/dariosanches — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zacht, tweeledig koe-hoeoe, vooral 's nachts in de broedtijd. Bij onrust een snel, kakelend kwik-kwik-kwik; jongen in het hol maken een raspend, sissend geluid.

Luister: ZangXC1106113

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

19–25 cm, rond en kortstaartig, met een ronde kop zonder oorpluimen, felgele ogen, witte wenkbrauwen en een witte keelband. De poten zijn lang, dun en grotendeels kaal. De bovendelen zijn bruin met witte vlekken; de onderdelen zijn licht met bruine vlekken en bandering op de borst en flanken. Mannetjes zijn door zonverbleking vaak lichter dan vrouwtjes. Jongen hebben een effen geelbruine buik.

Verwarrings­soorten

De Cubaanse schreeuwuil Margarobyas lawrencii heeft eveneens kale poten, maar donkere ogen en een gestreepte borst, en leeft in bos. De Cubaanse dwerguil Glaucidium siju is kleiner, langstaartiger en heeft korte, bevederde poten. De velduil Asio flammeus is veel groter, met lange vleugels.

Leefgebied

Droog, open en kortgrazig land: savanne, weiland, doornstruweel en cactusvegetatie, open kuststruweel, ook bermen, golfbanen en de randen van luchthavens. Jaagt vanaf de grond of een lage uitkijkpost, vaak in de schemering, op insecten, hagedissen, kleine knaagdieren en soms vogels. Graaft op de eilanden vaak zelf een hol of gebruikt holten in kalksteen en zand.

Verspreiding en trek

Standvogel op Cuba en Isla de la Juventud (plaatselijk), op Hispaniola met Gonâve en Beata (vooral in het droge zuidwesten), op enkele eilanden van de Bahama's en op Aruba. Uitgestorven op Antigua, Saint Kitts, Nevis en Guadeloupe (Marie-Galante). Buiten het gebied van het zuidwesten van Canada en Florida tot Vuurland.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Aruba op open, droog terrein met cactussen en in het binnenland, bijvoorbeeld rond Arikok, waar vogels overdag bij de ingang van hun hol zitten. Op Hispaniola in het droge zuidwesten van de Dominicaanse Republiek. Een vogel die bij nadering op en neer knikt en daarna laag wegvliegt is typisch.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd als soort. De Caribische populaties zijn klein en kwetsbaar door verlies van open terrein, bebouwing, verkeer en uitgezette roofdieren als katten, honden en mangoesten; dat laatste heeft vermoedelijk bijgedragen aan het uitsterven op de Kleine Antillen.

Wetenschappelijke naam

Athene cunicularia | (Molina, 1782)

Molina beschreef de soort in 1782 als Strix Cunicularia; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Athene werd in 1822 ingevoerd door Boie. Athene verwijst naar de Griekse godin Athena, wier zinnebeeld de uil was. cunicularia is Latijn voor 'mijnwerker, gangengraver' (van cuniculus 'onderaardse gang, konijn'), naar het broeden in holen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Chili.