Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Cubaanse schreeuwuil

Cubaanse schreeuwuil | Margarobyas lawrencii

Bare-legged Owl | Sijú cotunto

De Cubaanse schreeuwuil is een kleine, oorpluimloze uil die alleen op Cuba voorkomt en in een eigen geslacht wordt geplaatst. Vroeger werd hij bij de schreeuwuilen Megascops of in het geslacht Gymnoglaux ingedeeld; de nauwste verwant is de Puerto Ricaanse schreeuwuil Gymnasio nudipes. Zijn Engelse naam verwijst naar de onbevederde poten. Hij is strikt nachtactief en zoekt veel van zijn voedsel op de grond.

Cubaanse schreeuwuil (Margarobyas lawrencii)
Foto: gailhampshire from Cradley, Malvern, U.K — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een reeks zachte, enigszins trillende koe-tonen die iets in toonhoogte stijgen, vooral in de eerste uren van de nacht. Daarnaast korte, hogere roepjes.

Luister: ZangXC975433

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–23 cm, klein en rond, zonder oorpluimen, met donkerbruine ogen en lange, kale, groengele poten. Het gezichtsmasker is crèmekleurig met bruine borstelveertjes rond de snavel, en een lichte wenkbrauwstreep loopt boven het oog door. De bovendelen zijn bruin tot roodbruin, met witte stippels op schouders en schouderveren en witte bandering op de vleugelpennen. De onderdelen zijn grijs- tot geelachtig wit met bruine lengtestrepen en hier en daar dwarsbandjes. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De Cubaanse dwerguil Glaucidium siju is kleiner, heeft gele ogen, een langere staart en twee donkere 'valse ogen' op de achterkop, en is ook overdag actief. De holenuil Athene cunicularia heeft eveneens lange kale poten, maar gele ogen, een lichte kin en een gevlekte borst, en leeft in open, grazig land in plaats van in bos.

Leefgebied

Droog bos, vochtig laaglandbos, kalksteenbos en aangetaste bosgebieden, met een voorkeur voor plekken met palmen; ook halfopen landbouwgebied met bomen. Zoekt op de grond en vanaf lage takken naar insecten en andere geleedpotigen, soms kikkers, slangen en kleine vogels. Broedt in oude spechtengaten, vooral in palmen, en in natuurlijke boomholten en rotsspleten; het broedseizoen loopt van januari tot juni.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Cuba en Isla de la Juventud, verspreid over het hele eiland in bos en bosrijk gebied, maar plaatselijk. Buiten Cuba komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op het schiereiland Zapata kennen plaatselijke gidsen vaak palmholten waarin overdag een vogel rust; door voorzichtig tegen de stam te tikken kijkt de uil soms uit de opening. Verder in de schemering langs bosranden luisteren.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Het verdwijnen van oude palmen en dode bomen met spechtengaten beperkt plaatselijk de nestgelegenheid.

Wetenschappelijke naam

Margarobyas lawrencii | (Sclater & Salvin, 1868)

Sclater & Salvin beschreef de soort in 1868 als Gymnoglaux lawrencii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Margarobyas werd in 2008 ingevoerd door Olson & Suárez. Margarobyas is Grieks, van margaritēs 'parel' en buas 'uil': 'uil van de Parel der Antillen', een bijnaam van Cuba. lawrencii eert de Amerikaanse zakenman en vogelkundige George Newbold Lawrence (1806–1895). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cuba.