Alle soorten › Genten en aalscholvers › Genten › Bruine gent
Bruine gent | Sula leucogaster
Brown Booby | Piquero pardo
De bruine gent is de algemeenste gent van het Caribisch gebied en de enige die geregeld dicht onder de kust vist. Hij zit op boeien, meerpalen en rotsen, vliegt laag in rijen over het water en duikt schuin in ondiep water. De vogels van het gebied behoren tot de Atlantische nominaatvorm, Sula leucogaster leucogaster.
Geluid
Op zee stil. In de kolonie geeft het mannetje een hoog, fluitend sjiew, het vrouwtje een laag, schor kwakend kwaak of toeterend honk.
Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
64–85 cm; vrouwtjes zijn groter dan mannetjes. Kop, hals, borst en bovendelen zijn egaal donker chocoladebruin, de buik en onderstaartdekveren wit, met een scherpe, rechte grens op de borst. De ondervleugel heeft een wit middenveld met een brede donkere rand. Snavel en poten zijn geel. Bij het mannetje is de naakte huid rond oog en snavelbasis blauwachtig, bij het vrouwtje geel. Jonge vogels zijn bruin met een lichtbruine, gevlekte buik die geleidelijk in de borst overgaat, en een grijze snavel.
Verwarringssoorten
De bruine vorm van de roodpootgent Sula sula heeft een egaal bruine onderkant, zonder scherp afgetekende witte buik, en rode of bij jongen grijsgele poten. Jonge maskergenten Sula dactylatra hebben een witte halsband en een witte buik met een bruine kap, en zijn groter. Jonge bruine pelikanen Pelecanus occidentalis zijn veel groter, met een lange, platte snavel. Op afstand kan ook een vliegende jonge Jan-van-gent Morus bassanus verward worden, maar die is groter en wit gespikkeld.
Leefgebied
Kustwater, baaien, havens en open zee boven het plat. Duikt vaak schuin vanaf geringe hoogte en vangt ook vliegende vissen boven het water. Rust op boeien, boten, rotsen en meerpalen. Broedt in kolonies op de grond, op rotseilandjes, cayos en kliffen, met een nest van schelpresten en plantenmateriaal; van de twee eieren wordt meestal één jong groot.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Jaarrond langs de kusten van het hele gebied, van de Bahama's en de Turks- en Caicoseilanden door de Grote Antillen en de Kaaimaneilanden tot de Kleine Antillen, de ABC-eilanden, San Andrés en Trinidad en Tobago. Kolonies liggen op tal van eilandjes, onder meer op de klippen van Cayman Brac, op eilandjes bij Puerto Rico en de Maagdeneilanden, bij Anguilla en in de Grenadines. Buiten het gebied in de tropische Atlantische Oceaan en de Indo-Pacifische regio; de Oost-Pacifische vorm wordt soms als aparte soort beschouwd.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In vrijwel elke haven en op boeien voor de kust; veerboten tussen de eilanden bieden vaak goede kansen om de vogels naast het schip te zien jagen. De kolonie op de oostelijke klippen van Cayman Brac is vanaf het pad langs de rand van de Bluff te zien.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Kolonies worden bedreigd door ingevoerde ratten en katten, verstoring, het rapen van eieren en jongen en het verstrikt raken in vistuig; in nesten wordt vaak plastic aangetroffen.
Wetenschappelijke naam
Sula leucogaster | (Boddaert, 1783)
Boddaert beschreef de soort in 1783 als Pelecanus Leucogaster; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sula werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Sula gaat terug op súla, het Oudnoorse en IJslandse woord voor de jan-van-gent; die naam ging over op de genten. leucogaster is Grieks, van leukos 'wit' en gastēr 'buik', naar de witte onderdelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne in Frans-Guyana.




