Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Cholibaschreeuwuil

Cholibaschreeuwuil | Megascops choliba

Tropical Screech Owl | Autillo tropical

De cholibaschreeuwuil is de algemeenste schreeuwuil van Zuid-Amerika en komt van Costa Rica tot Argentinië voor. In het Caribisch gebied leeft hij alleen op Trinidad. Hij is strikt nachtactief, past zich goed aan door de mens veranderd landschap aan en wordt vaker gehoord dan gezien.

Cholibaschreeuwuil (Megascops choliba)
Foto: Segidawiki — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een korte, snorrende triller gevolgd door een of twee nadrukkelijke tonen, prrrrrr-koek-koek; het vrouwtje zingt hoger. Daarnaast een borrelend boeboeboeboe bij de balts, en kakelende en langere roepen.

Luister: ZangXC1183101

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

21–23 cm, klein, met korte oorpluimen die bij een ontspannen vogel nauwelijks opvallen. De meeste vogels zijn grijsbruin, minder vaak bruin of roodbruin. Het gezichtsmasker is lichtgrijs met een duidelijke zwartachtige rand; de ogen zijn geel. De bovendelen zijn fijn gevlekt en gestreept, met een rij witte vlekken op de schouders. De onderdelen zijn licht met donkere lengtestrepen en fijne dwarslijntjes, die samen een visgraatpatroon vormen.

Verwarrings­soorten

De Braziliaanse dwerguil Glaucidium brasilianum is kleiner, heeft geen oorpluimen, een langere staart en twee donkere 'valse ogen' op de achterkop, en is ook overdag actief. De bonte bosuil Strix virgata is veel groter, heeft een ronde kop zonder oorpluimen en donkere ogen.

Leefgebied

Halfopen land: secundair bos, open bos, bosranden, cacao- en koffieplantages, tuinen en parken met bomen, en de randen van mangrove. Dicht, gesloten bos wordt meestal gemeden. Eet grote geleedpotigen zoals sprinkhanen, nachtvlinders, kevers, spinnen en schorpioenen, en verder kikkers, hagedissen, kleine vogels en knaagdieren. Broedt in boomholten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen als standvogel op Trinidad (ondersoort crucigerus), algemeen in het laagland en het heuvelland. Niet vastgesteld op Tobago. Buiten het gebied van Costa Rica door Zuid-Amerika tot het noorden van Argentinië en Uruguay.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste na zonsondergang langs bosranden en in cultuurland met bomen, bijvoorbeeld rond het moerasgebied van Caroni, waar de soort regelmatig wordt gezien. De snorrende zang met de afsluitende tonen verraadt de vogel; door de schutkleur valt hij op een tak nauwelijks op.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is algemeen en profiteert van halfopen cultuurland, zolang er bomen met holten blijven staan.

Wetenschappelijke naam

Megascops choliba | (Vieillot, 1817)

Vieillot beschreef de soort in 1817 als Strix choliba; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Megascops werd in 1848 ingevoerd door Kaup. Megascops combineert het Griekse megas 'groot' met Scops, de oude geslachtsnaam van de dwergooruilen. choliba komt van chóliba, een Aragonese naam voor de dwergooruil, die Félix de Azara uit zijn jeugd kende en aan deze Zuid-Amerikaanse uil gaf. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay.