Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Cubaans dikbekje

Cubaans dikbekje | Melopyrrha nigra

Cuban Bullfinch | Negrito

Het Cubaans dikbekje is een klein, zwart dikbekje met een korte, dikke snavel. Op Cuba heet het negrito. De vogels van Grand Cayman worden in deze gids bij deze soort gerekend; in recente indelingen gelden ze vaak als aparte soort, het Grand-Caymandikbekje Melopyrrha taylori.

Cubaans dikbekje (Melopyrrha nigra)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een dunne, melodieuze triller die in toonhoogte stijgt of daalt, vaak vanuit dekking gezongen.

Luister: ZangXC975304

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–15 cm, gedrongen, met een korte, gewelfde zwarte snavel. Het mannetje is zwart met een blauwige glans en heeft een witte streep langs de voorrand van de gesloten vleugel. Het vrouwtje is op Cuba grijszwart en doffer dan het mannetje, op Grand Cayman lichter en meer olijfgrijs; ook zij heeft wit langs de vleugelrand.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de grote cubavink Tiaris olivaceus heeft een zwarte borst maar een olijfgroene rug en een geel gezichtsmasker; het mannetje van de kleine cubavink Phonipara canora heeft een olijfgroene rug en een gele halvemaan rond het zwarte gezicht. De glanskoevogel Molothrus bonariensis en de Cubaanse zwarte troepiaal Ptiloxena atroviolacea zijn ook glanzend zwart, maar veel groter, met een spitse snavel en zonder wit in de vleugel.

Leefgebied

Op alle hoogten: laaglandbos, vochtig en halfgroen bos, karstbos, bergbos, de ondergroei van pijnbos, kuststruweel en mangrove. Het foerageert vaak laag in de struiklaag en op de grond, op zaden, vruchten en insecten. Broedt van maart tot augustus, meestal tot juli. Beide partners bouwen een groot, slordig bolnest met een ingang aan de zijkant. Het legsel telt drie tot vijf witachtige eieren met een groenige zweem en roodbruine en lila vlekjes.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Cuba, inclusief Isla de la Juventud, waar de soort algemeen en wijdverbreid is, en Grand Cayman. Op de andere Kaaimaneilanden ontbreekt ze. Buiten het gebied komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Cuba te vinden in de bossen van het schiereiland Zapata en in het bergland; op Grand Cayman vooral langs de Mastic Trail en in de Queen Elizabeth II Botanic Park. De triller verraadt de vogel vaak eerder dan hij zichtbaar wordt; bij het opvliegen is het wit langs de vleugel zichtbaar.

Staat van instandhouding

Gevoelig. De soort is plaatselijk algemeen, maar door haar kleine verspreidingsgebied en de druk op het leefgebied staat ze op de Rode Lijst als gevoelig. Op Cuba wordt ze als zangvogel in kooien gehouden en daarvoor gevangen.

Wetenschappelijke naam

Melopyrrha nigra | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Loxia nigra; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Melopyrrha werd in 1853 ingevoerd door Bonaparte. Melopyrrha combineert Grieks melas 'zwart' met Pyrrhula, het geslacht van de goudvinken: een 'zwarte goudvink'. nigra is Latijn voor 'zwart', naar het zwarte verenkleed van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cuba (oorspronkelijk abusievelijk 'Mexico').