Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Cubaanse grondspecht

Cubaanse grondspecht | Colaptes fernandinae

Fernandina's Flicker | Carpintero churroso

De Cubaanse grondspecht komt alleen op Cuba voor en behoort tot de zeldzaamste spechten van de wereld. Hij leeft in open palmsavannen en zoekt veel op de grond naar voedsel. Op Cuba heet hij carpintero churroso. De populatie wordt op enkele honderden vogels geschat en is over een aantal gescheiden gebieden verdeeld.

Cubaanse grondspecht (Colaptes fernandinae)
Foto: gailhampshire from Cradley, Malvern, U.K — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Luide, herhaalde pik-roepen en reeksen wieka-wieka, vergelijkbaar met die van de gouden grondspecht maar lager en schorder; ook een lange reeks snelle roepen.

Luister: RoepXC329901

Opname: Diana Doyle — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

33–35 cm. Het hele verenkleed is okergeel tot geelbruin met dichte, fijne zwarte bandering; de kop is kaneelkleurig met fijne donkere streepjes. Rood ontbreekt geheel. De ondervleugels en de schachten van slag- en staartpennen zijn geel. De snavel is lang en donker. Het mannetje heeft een zwarte baardstreep; bij het vrouwtje is die zwart-wit gestreept.

Verwarrings­soorten

De gouden grondspecht Colaptes auratus, die op Cuba op dezelfde plaatsen kan voorkomen, heeft een grijze kruin met rode nekvlek, een zwarte halvemaan op de borst, gevlekte in plaats van gebandeerde onderdelen en een witte stuit. De West-Indische specht Melanerpes superciliaris is zwart-wit gebandeerd op de rug en heeft rood op de kop.

Leefgebied

Open palmsavannen met verspreide Copernicia- en Sabal-palmen, randen van moerassen, overstroomde graslanden en open, droog bos; ook weilanden met oude palmen. Zoekt vooral op de grond naar mieren en hun larven, en daarnaast naar andere insecten en zaden. Broedt van maart tot juni in holten in dode palmstammen, soms in losse groepjes; het legsel telt drie tot vijf eieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Cuba, waar de soort ooit over een groot deel van het eiland voorkwam maar nu verspreid zit over geïsoleerde plaatsen in negen provincies, van Pinar del Río tot Santiago de Cuba en Granma. De grootste populatie leeft in de Ciénaga de Zapata in Matanzas; daarnaast zijn er belangrijke kernen in Camagüey. Buiten Cuba komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De omgeving van Bermejas en andere palmsavannen in de Ciénaga de Zapata zijn de bekendste plaatsen. De vogels zijn het actiefst vroeg in de ochtend, op de grond of rond de nestholten in dode palmen. Nestbomen worden in het broedseizoen beter niet benaderd.

Staat van instandhouding

Bedreigd (EN). De populatie telt naar schatting slechts enkele honderden vogels en neemt af. Oorzaken zijn het verdwijnen van palmsavannen door landbouw en houtkap, het kappen van dode palmen die als nestplaats dienen, en schade door orkanen. Ook concurrentie om nestholten speelt een rol.

Wetenschappelijke naam

Colaptes fernandinae | Vigors, 1827

Vigors beschreef de soort in 1827 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Colaptes werd in 1825 ingevoerd door Vigors. Colaptes is Grieks kolaptēs 'beitelaar', van kolaptō 'hakken, beitelen', naar het hakken in hout. fernandinae eert José María Herrera y Herrera, tweede graaf van Fernandina, een Cubaanse edelman en suikerplanter. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit bij Havana, Cuba.