Alle soorten › Genten en aalscholvers › Genten › Jan-van-gent

Jan-van-gent | Morus bassanus

Northern Gannet | Alcatraz atlántico

De Jan-van-gent is de grote gent van de Noord-Atlantische Oceaan. Vogels uit de kolonies in Canada overwinteren langs de oostkust van de Verenigde Staten en in de Golf van Mexico; vooral onvolwassen vogels trekken het verst naar het zuiden. Een klein aantal bereikt in de winter het noorden van het Caribisch gebied, en waarnemingen zijn de laatste decennia toegenomen.

Jan-van-gent (Morus bassanus)
Foto: Melissa McMasters from Memphis, TN, United States — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee meestal stil; bij het foerageren soms een rauw arrah-arrah.

Luister: ZangXC1182537

Opname: Christian Kerihuel — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

87–100 cm, met een spanwijdte van rond 1,75 m: groter dan alle andere genten in het gebied. Sigaarvormig lichaam, lange, smalle, spitse vleugels, een spitse staart en een dolkvormige, blauwgrijze snavel. Volwassen vogels zijn wit met een geelachtige kop en hals en scherp afgetekende zwarte vleugelpunten; de staart is wit. Jonge vogels in het eerste jaar zijn donker grijsbruin, fijn wit gespikkeld, met een witte, V-vormige stuitvlek. Het volwassen kleed wordt in vier tot vijf jaar bereikt, met tussenkleden waarin wit en donker onregelmatig gemengd zijn. Duikt van grote hoogte met ingevouwen vleugels in zee.

Verwarrings­soorten

De maskergent Sula dactylatra is kleiner, met een zwarte staart, een zwart gezichtsmasker, een gele snavel en een brede zwarte achterrand aan de hele vleugel, niet alleen aan de punt. Jonge maskergenten hebben een bruine kop met een witte halsband en een witte buik. De bruine gent Sula leucogaster heeft een scherp afgetekende donkere borst en witte buik; jonge bruine genten zijn egaler bruin dan jonge Jan-van-genten, zonder witte spikkels.

Leefgebied

Kustwater en open zee boven het continentaal plat, waar scholen vis voorkomen. In het gebied vooral op zee gezien, vanaf de kust of van boten; soms rustend op het water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Vooral in de Bahama's en langs de noordkust van Cuba, schaars ook bij Puerto Rico en de Turks- en Caicoseilanden. Enkele gevallen verder zuidelijk, onder meer bij Guadeloupe, Martinique en Hispaniola. Buiten het gebied broedt de soort aan beide zijden van de Noord-Atlantische Oceaan, in Amerika in Oost-Canada; de Amerikaanse vogels overwinteren van Nova Scotia tot Florida en de Golf van Mexico.

Hoe en wanneer kijken

De beste kans is in de winter vanaf kapen en veerboten in de noordelijke Bahama's, vooral na noordelijke stormen. Een grote, witachtige of gespikkelde gent die van grote hoogte duikt, is het nader bekijken waard; foto's van staart en vleugelpunten maken de determinatie mogelijk.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De Noord-Atlantische populatie is in de twintigste eeuw sterk gegroeid. Recent zijn veel vogels gestorven aan vogelgriep, vooral in de Europese kolonies; op zee raken vogels verstrikt in netten en vislijnen.

Wetenschappelijke naam

Morus bassanus | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Pelecanus Bassanus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Morus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Morus gaat terug op het Griekse mōros 'dwaas, dom': vroege reizigers merkten op dat genten en jan-van-genten zich op de broedplaats zonder schuwheid lieten naderen en doden. bassanus betekent 'van Bass Rock', de rots in de Firth of Forth die een van de grootste kolonies draagt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bass Rock in Schotland.