Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Koningsstern

Koningsstern | Thalasseus maximus

Royal Tern | Charrán real

De koningsstern is de grote kuifstern die in het Caribisch gebied op vrijwel elke kust te zien is: rustend op steigers, boeien en zandbanken of vissend in baaien en havens. Hij is de algemeenste grote stern van het gebied. De West-Afrikaanse vogels, die vroeger tot deze soort werden gerekend, gelden sinds 2020 als een aparte soort, Thalasseus albididorsalis.

Koningsstern (Thalasseus maximus)
Foto: Vickie J Anderson, http://www.wildlifeimagesupclose.com — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, rollend kie-rr of keer-rup, lager en minder raspend dan de roep van de grote stern; daarnaast een melodieuzer, fluitend tourrr-ee.

Luister: RoepXC1034361

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

45–50 cm, groot en krachtig, met lange, smalle vleugels, een gevorkte staart en een dikke, rechte, oranje tot oranjerode snavel. In broedkleed een zwarte kap met een korte, ruige kuif; dat kleed is maar kort te zien, en het grootste deel van het jaar is het voorhoofd wit en reikt het zwart alleen nog als een ruige rand rond de achterkop, die het oog niet omsluit. De bovendelen zijn lichtgrijs, de onderdelen wit. In vlucht zijn de handpennen van onderen grotendeels licht, met een smalle donkere achterrand. De poten zijn zwart. Jonge vogels hebben een bleker, geeloranje snavel, donkere vlekken op de vleugels en een donkere band over de armdekveren.

Verwarrings­soorten

De reuzenstern Hydroprogne caspia is zwaarder, met een dikke, dieprode snavel, een donkerder, gestreepte kap ook in de winter en van onderen donkere handpennen. De grote stern Thalasseus sandvicensis is kleiner en slanker; de Cayennevorm heeft ook een gele snavel, maar die is dunner en spitser. De sierlijke stern Thalasseus elegans, een zeer zeldzame dwaalgast, is kleiner en heeft een langere, dunne, licht gebogen snavel en een langere kuif.

Leefgebied

Kustwater, ondiepe baaien, lagunes, havens en riviermondingen; minder vaak ver op zee. Vist door vanaf grotere hoogte dan de grote stern in het water te duiken. Rust in groepen op zandbanken, stranden, kades, steigers en boeien. Broedt in dichte kolonies op kale eilandjes en koraalcays, vaak samen met grote sterns.

Verspreiding en trek

In het hele gebied te zien, van de Bahama's en de Turks- en Caicoseilanden via Cuba, de Kaaimaneilanden, Jamaica, Hispaniola en Puerto Rico tot de Maagdeneilanden, alle eilanden van de Kleine Antillen, de ABC-eilanden, San Andrés en Trinidad en Tobago. Broedt plaatselijk op kleine eilandjes, onder meer in de Bahama's, op Cuba, in de Maagdeneilanden, de noordelijke Kleine Antillen en op de rifeilandjes van Aruba. Buiten het gebied broedt de soort langs de Atlantische en Pacifische kusten van de Verenigde Staten en Mexico en langs de kusten van Zuid-Amerika tot Argentinië.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vrijwel elke haven, kade of zandbank langs de kust is kansrijk, en rustende groepen laten zich vaak van dichtbij bekijken. Daar zijn ook sierlijke sterns, reuzensterns en Cayennesterns tussen te vinden; het vergelijken van snavelvorm en -kleur in zo'n groep is de beste oefening.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is talrijk en wijdverbreid, maar de broedkolonies op lage eilandjes zijn kwetsbaar voor verstoring, het rapen van eieren, ingevoerde ratten en overstroming bij stormen.

Wetenschappelijke naam

Thalasseus maximus | (Boddaert, 1783)

Boddaert beschreef de soort in 1783 als Sterna maxima; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Thalasseus werd in 1822 ingevoerd door Boie. Thalasseus is afgeleid van het Oudgriekse thalassa 'zee'. maximus is Latijn voor 'grootste'; het is een van de grootste sterns. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.