Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Mangrovereiger

Mangrovereiger | Butorides striata

Striated Heron | Garcita estriada

De mangrovereiger is de Zuid-Amerikaanse en Oude-Wereldse tegenhanger van de groene reiger en vervangt die op Trinidad. Op Tobago overheerst juist de groene reiger, met daarnaast mangrovereigers en tussenvormen. Het is een kleine, gedrongen reiger die stil en geduldig vanaf takken en wortels laag boven het water jaagt. Sommige auteurs voegen beide soorten samen onder één naam.

Mangrovereiger (Butorides striata)
Foto: Wilfredor — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Bij opvliegen een explosief, scherp kjauw of skeuw; daarnaast zachtere, tikkende kuk-kuk-roepen.

Luister: VluchtroepXC1176311

Opname: José María Loaiza B. — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

35–48 cm, gedrongen, met een korte hals, een lange, dolkvormige donkere snavel en korte gele tot oranje poten. De kruin is zwart, met een korte kuif die bij opwinding wordt opgezet; een donkere streep loopt van de snavel onder het oog door. Rug en vleugels zijn grijsgroen tot blauwgrijs, de vleugeldekveren met lichte randen. Zijkanten van kop en hals zijn grijs tot bruingrijs, met een witte streep over de voorkant van keel en hals; de onderdelen zijn grijs. Jonge vogels zijn bruiner van boven, met lichte vlekjes op de vleugeldekveren, en zwaar gestreept van onder. De seksen zijn vrijwel gelijk.

Verwarrings­soorten

De groene reiger Butorides virescens is even groot en gebouwd, maar heeft een kastanjebruine tot paarsbruine hals, die vooral aan de achterkant duidelijk rossig is; bij de mangrovereiger is de achterhals grijs tot bruingrijs. Tussenvormen met een deels rossige hals komen voor, vooral op Tobago, en zijn in het veld niet met zekerheid te benoemen. Jonge vogels van beide soorten zijn nauwelijks te onderscheiden. Het Amerikaans woudaapje Botaurus exilis is kleiner, met grote okerkleurige vlakken op de vleugels.

Leefgebied

Mangrove, getijdengeulen, riviermondingen, rivieroevers, vijvers en moerassen met overhangende begroeiing. Eet vooral kleine vissen, daarnaast kreeftachtigen, kikkers en insecten, die vanaf een tak, wortel of steen vlak boven het water worden gevangen. Soms legt de vogel een stukje aas, zoals brood of een insect, op het water om vissen te lokken. Broedt alleen of in losse groepen, met een nest van takjes in een boom of struik, meestal boven of dicht bij water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het gebied vrijwel beperkt tot Trinidad en Tobago. Op Trinidad is het de gewone Butorides-reiger, langs de kust en in het binnenland; op Tobago is hij schaarser dan de groene reiger. Meldingen van andere eilanden betreffen grotendeels groene reigers die onder de vroegere, samengevoegde soortopvatting als Butorides striata zijn geregistreerd, of zijn onbevestigd. Buiten het gebied van Panama door Zuid-Amerika tot in Argentinië, en verder in Afrika, Azië en Australië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Langs mangrovegeulen, zoals in het Caroni-moeras, en bij vijvers met overhangende takken. De vogel zit vaak doodstil laag boven het water en valt meestal pas op als hij met een roep opvliegt. Op Tobago is een goede blik op de achterhals nodig voordat een naam kan worden gegeven.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Zeer wijdverbreid; in het gebied plaatselijk getroffen door het verdwijnen van mangrove.

Wetenschappelijke naam

Butorides striata | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Ardea striata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Butorides werd in 1852 ingevoerd door Blyth. Butorides verbindt Butor, het geslacht dat Thomas Forster in 1827 voor de roerdompen invoerde, met het Griekse -oides 'gelijkend op'. striata is Latijn voor 'gestreept', naar de streping van het verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Suriname.