Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Mexicaanse roodmus
Mexicaanse roodmus | Haemorhous mexicanus
House Finch | Pinzón mexicano
De Mexicaanse roodmus is een van de algemeenste vinken van Noord-Amerika, oorspronkelijk uit het westen van de Verenigde Staten en Mexico en sinds de jaren 1940 ook in het oosten, waar vrijgelaten kooivogels een nieuwe populatie stichtten. In het Caribisch gebied is hij een zeer zeldzame dwaalgast: het enige gedocumenteerde geval is een mannetje in Havana, op Cuba bekendgemaakt als camachuelo mexicano.
Geluid
De zang is een lange reeks kwetterende en fluitende tonen, vaak eindigend op een rauw wieer. De roep is een zacht, tjilpend tjiep, ook in de vlucht.
Opname: Andrew McCafferty — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
12,5–15 cm, een slanke vink met een vrij lange, recht afgesneden staart en een korte, gebogen kegelsnavel. Het mannetje heeft rood op voorhoofd, wenkbrauwstreep, keel, borst en stuit; de tint varieert met het voedsel van oranje tot geel. Rug en vleugels zijn grijsbruin gestreept, de flanken en buik bruin gestreept op vuilwit. Het vrouwtje is grijsbruin, zonder rood en zonder duidelijke koptekening, met vage, bruine strepen op de onderdelen.
Verwarringssoorten
Op de eilanden heeft geen andere vink deze combinatie van rood en bruin gestreepte flanken. Het vrouwtje lijkt op een gors; de savannahgors Passerculus sandwichensis heeft een duidelijke kopstreep, vaak een gele wenkbrauw, een fijnere snavel en een kortere, gekerfde staart. Bij elke rode vink is ook een ontsnapte kooivogel van een andere soort mogelijk.
Leefgebied
In het oorspronkelijke gebied open land, droog struweel, boerenerven, steden, parken en tuinen. De vogel op Cuba verbleef in een stadspark met tuinen. Eet zaden, knoppen en vruchten, op de grond en in bomen, en bezoekt graag voedertafels.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Het enige zekere Caribische geval is een adult mannetje dat van 28 december 2018 tot half maart 2019 in de Quinta de los Molinos in Havana op Cuba verbleef. De herkomst is onbekend. Oude museumbalgen met als vindplaats alleen 'Antillen' gelden niet als Caribische gevallen. Broedt van Zuid-Canada door de Verenigde Staten tot Zuid-Mexico; ingevoerd op Hawaï.
Hoe en wanneer kijken
Geen gerichte zoekplek. Een rode vink in een stad of tuin op de noordelijke eilanden verdient een foto en een melding, met aandacht voor de mogelijkheid van een ontsnapte kooivogel.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. In het oosten van Noord-Amerika namen de aantallen in de jaren 1990 sterk af door een oogziekte die door de bacterie Mycoplasma gallisepticum wordt veroorzaakt. In het Caribisch gebied een zeer zeldzame dwaalgast.
Wetenschappelijke naam
Haemorhous mexicanus | (Müller, 1776)
Müller beschreef de soort in 1776 als Fringilla mexicana; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Haemorhous werd in 1837 ingevoerd door Swainson. Haemorhous komt van het Griekse haimorrhoos 'bloedend', van haima 'bloed' en rhoos 'stroom', naar het rode verenkleed van de mannetjes. mexicanus is Latijn voor 'uit Mexico', het land waar de soort voor het eerst werd verzameld. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Dal van Mexico, Mexico.

