Alle soorten › Hoenderachtigen › Hokko's › Roodbuikchachalaca

Roodbuikchachalaca | Ortalis ruficauda

Rufous-vented Chachalaca | Guacharaca culirroja

De roodbuikchachalaca, op Tobago cocrico genoemd, is een slanke, bruine hoenderachtige met een lange staart. Op Tobago is hij algemeen, en samen met de rode ibis is hij de nationale vogel van Trinidad en Tobago; beide staan op het wapen van het land. In de ochtendschemering vullen de luide koren van paren en groepjes de bossen en tuinen van het eiland.

Roodbuikchachalaca (Ortalis ruficauda)
Foto: Fernando Flores from Caracas, Venezuela — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Paren en groepen roepen in een luid, raspend koor, vooral bij zonsopgang en in de avond: het mannetje een laag ka-ka-roeki-roeki-ka, waarop het vrouwtje hoger antwoordt. Bij het foerageren zachte, kakelende geluiden.

Luister: ZangXC837794

Opname: Francisco contreras — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

53–58 cm, slank, met een kleine kop, een dunne hals en een lange, brede staart. De bovendelen zijn donker olijfbruin, kop en hals grijzer. Rond het oog zit kale, blauwgrijze huid en op de keel een kale, roodachtige strook, die alleen van dichtbij te zien is. De onderdelen zijn lichter grijsbruin, de onderstaartdekveren roestbruin. De donkere staart heeft brede roestbruine punten. Snavel en poten zijn grijs. De seksen zijn gelijk; het mannetje is iets groter en zwaarder.

Verwarrings­soorten

Op Tobago is er geen soort waarmee hij te verwarren is. Op Trinidad leeft geen chachalaca in het wild; de Trinidadgoean Pipile pipile daar is zwart met witte vleugelvlekken en een blauwe keellel.

Leefgebied

Droog en halfgroen bos, secundair bos, bosranden en struweel, landbouwgrond met bomen, en dorpen en tuinen. Leeft in bomen en struiken, meestal enkele meters boven de grond, en loopt behoedzaam over de takken; bij gevaar verdwijnt hij in dicht struikgewas. Eet vruchten, onder meer mango, bessen, bladeren en zaden. Het legsel telt twee tot vier eieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het gebied op Tobago, waar hij over het hele eiland voorkomt, en op Bequia en Union Island in de Grenadines (Saint Vincent en de Grenadines), waar hij schaars is en mogelijk door de mens is ingevoerd. Op Trinidad alleen in gevangenschap. Buiten het gebied in het noordoosten van Colombia en het noorden van Venezuela, met het eiland Margarita.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Tobago vrijwel overal waar bomen staan, ook in tuinen en bij hotels; het ochtendkoor kondigt de vogels al voor zonsopgang aan. In vruchtdragende bomen zijn groepjes van dichtbij te volgen, ook langs de wegen in het beboste binnenland.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Op Tobago algemeen en wijdverbreid. Over de kleine populaties op Bequia en Union Island is weinig bekend.

Wetenschappelijke naam

Ortalis ruficauda | Jardine, 1847

Jardine beschreef de soort in 1847 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Ortalis werd in 1786 ingevoerd door Merrem. Ortalis is Grieks voor 'kuiken, jonge hen'. ruficauda is Latijn, van rufus 'roodbruin' en cauda 'staart', naar de roodbruine staartpunten. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tobago.