Alle soorten › Valkachtigen › Valken › Slechtvalk
Slechtvalk | Falco peregrinus
Peregrine Falcon | Halcón peregrino
De slechtvalk is de grootste valk die regelmatig in het Caribisch gebied voorkomt. Hij broedt er niet, maar overwintert en trekt door langs kusten en in steden op vrijwel alle eilanden. De vogels behoren tot Noord-Amerikaanse ondersoorten: tundrius uit het Noordpoolgebied, die het grootste deel van de doortrekkers vormt, en anatum uit Canada en de Verenigde Staten.
Geluid
In het winterkwartier meestal stil; bij onrust een raspend, herhaald kek-kek-kek.
Opname: Frantz Barrault — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
36–49 cm, krachtig gebouwd, met brede vleugelbases, spitse vleugelpunten en een vrij korte staart. Volwassen vogels zijn van boven leigrijs, met een donkere kap en een brede zwarte baardstreep op de witte wang. De onderdelen zijn wit tot zalmkleurig, op borst en buik fijn zwart gebandeerd. Onvolwassen vogels zijn van boven bruin en van onder geelachtig met donkere lengtestrepen; bij tundrius is het voorhoofd licht en de baardstreep smaller. Het vrouwtje is duidelijk groter dan het mannetje.
Verwarringssoorten
Het smelleken Falco columbarius is veel kleiner, met een zwakke baardstreep en een gestreepte onderzijde. De aplomadovalk Falco femoralis, alleen op Trinidad regelmatig, is slanker, met een lange staart, een witte wenkbrauwstreep en een kaneelkleurige buik. De vleermuisvalk Falco rufigularis op Trinidad is kleiner, met een witte keel en een roodbruine buik. In vlucht lijkt de Amerikaanse sperwer Accipiter striatus op een kleine valk, maar heeft afgeronde vleugels.
Leefgebied
Kusten en open land met veel prooi: wadplaten, zoutpannen, lagunes, mangroveranden, rotskusten en kliffen, ook havens, vliegvelden en steden, waar de vogels op hoge gebouwen, masten en kranen zitten. Jaagt vooral op duiven, steltlopers, sterns en andere middelgrote vogels, die in snelle duikvlucht of in achtervolging in de lucht worden geslagen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Wintergast en doortrekker in het hele gebied: de Bahama's, de Turks- en Caicoseilanden, de Grote Antillen, de Kaaimaneilanden, de Maagdeneilanden, de Kleine Antillen, de ABC-eilanden, San Andrés en Trinidad en Tobago. Overal in kleine aantallen; het meest regelmatig op Cuba, Puerto Rico, Aruba en Trinidad, vooral tijdens de najaarstrek in oktober. Buiten het gebied vrijwel wereldwijd.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het beste in oktober en november langs zoutpannen, lagunes en kusten waar steltlopers en sterns samenkomen. In steden zit de vogel vaak op hoge gebouwen, kerktorens of zendmasten; een groep duiven die plotseling uiteenvliegt, kan op een jagende slechtvalk wijzen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De Noord-Amerikaanse populaties zijn na het verbod op DDT sterk hersteld.
Wetenschappelijke naam
Falco peregrinus | Tunstall, 1771
Tunstall beschreef de soort in 1771 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Falco werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Falco is Laatlatijn voor 'valk', van falx, falcis 'sikkel', naar de sikkelvormige klauwen van de vogel. peregrinus is Latijn voor 'vreemdeling, van elders'; jonge vogels werden voor de valkerij op trek gevangen en niet uit het nest gehaald. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Northamptonshire in Engeland.






