Alle soorten › Valkachtigen › Valken › Vleermuisvalk

Vleermuisvalk | Falco rufigularis

Bat Falcon | Halcón murcielaguero

De vleermuisvalk is een kleine, donkere valk van bosranden in tropisch Amerika die in het gebied alleen op Trinidad als standvogel voorkomt. Zoals de naam zegt, jaagt hij in de schemering op vleermuizen, maar overdag vangt hij ook gierzwaluwen, zwaluwen, andere kleine vogels en grote insecten in de lucht. Paren zitten vaak jarenlang op dezelfde hoge, kale boom.

Vleermuisvalk (Falco rufigularis)
Foto: Julian Londono from Manizales, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een snelle, hoge reeks kie-kie-kie-kie of kjeuw-kjeuw-kjeuw, vooral bij het nest; het mannetje roept hoger dan het vrouwtje.

Luister: ZangXC1064551

Opname: Jacob Wijpkema — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

23–30 cm, compact, met lange, spitse vleugels, een vrij korte staart en een grote kop. Kop en bovendelen zijn blauwzwart, de keel, de bovenborst en een smalle halsband zijn wit tot geelachtig. De borst is zwart met fijne witte dwarsbandjes, zodat een donkere band ontstaat; buik, dijen en onderstaartdekveren zijn roodbruin. De staart heeft smalle witte bandjes. De poten zijn geel. Het vrouwtje is duidelijk groter dan het mannetje. Jonge vogels hebben een geelachtiger keel en een minder roodbruine buik.

Verwarrings­soorten

Het smelleken Falco columbarius is van onder gestreept en mist het contrast tussen witte keel en roodbruine buik. De slechtvalk Falco peregrinus is veel groter, met een brede baardstreep en een lichte, gebandeerde onderzijde. De aplomadovalk Falco femoralis is slanker en langstaartig, met een witte wenkbrauwstreep en een donkere buikband boven roestkleurige dijen. De Amerikaanse torenvalk Falco sparverius heeft een roodbruine rug.

Leefgebied

Randen en open plekken van vochtig en halfgroen bos, bosbeken, open plantages met hoge schaduwbomen en bosrijke dorpen, van het laagland tot in de bergen. Zit onbedekt op een hoge, kale tak of mast en valt prooi in de lucht aan, vooral vroeg in de ochtend, in de avondschemering en tot na zonsondergang. Broedt in holten in bomen, in oude nesten of in gaten in gebouwen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Schaarse standvogel op Trinidad, vooral in het Noordelijk Gebergte en aan de randen van bos in het noorden en midden van het eiland. Op Tobago dwaalgast. Buiten het gebied van Mexico door Midden-Amerika tot in het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste in de Arima-vallei en andere dalen van het Noordelijk Gebergte, in de vroege ochtend of avondschemering, door hoge, kale bomen boven het bos af te zoeken. Een bezette uitkijkboom wordt vaak dagelijks gebruikt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is wijdverbreid en verdraagt open, gedeeltelijk ontboste landschappen zolang er hoge bomen blijven staan.

Wetenschappelijke naam

Falco rufigularis | Daudin, 1800

Daudin beschreef de soort in 1800 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Falco werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Falco is Laatlatijn voor 'valk', van falx, falcis 'sikkel', naar de sikkelvormige klauwen van de vogel. rufigularis is Latijn, van rufus 'rossig' en gula 'keel': 'roodkeel', al is de keel bij volwassen vogels meest witachtig tot okerkleurig. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.