Alle soorten › Valkachtigen › Valken › Bonte slechtvalk
Bonte slechtvalk | Falco deiroleucus
Orange-breasted Falcon | Halcón pecho rufo
De bonte slechtvalk is een krachtige, zeldzame valk van ongerepte tropische bossen met rotswanden, van Midden-Amerika tot in het noorden van Argentinië. Hij lijkt sterk op een grote, zware vleermuisvalk, zijn naaste verwant, en jaagt vanaf een hoge uitkijkpost in snelle vlucht op vogels boven het bladerdak. Op Trinidad is de soort zo zeldzaam dat haar status er nog altijd onduidelijk is.
Geluid
Vooral in de broedtijd luidruchtig. Een snel herhaald, doordringend kie-kie-kie of kjouw-kjouw-kjouw bij verstoring; tijdens de balts zachte piepende en tjilpende roepjes.
Opname: Dante Buzzetti — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
35–40 cm, compact en zwaargebouwd, met een grote kop, een forse snavel, grote, sterke poten en een vrij brede vleugelbasis. Kop en bovendelen zijn blauwzwart. Keel en halszijden zijn wit en gaan op de bovenborst over in een oranjeroestkleurige band. De onderborst is zwart met grove roestbruine tot okerkleurige dwarsbandjes; buik, dijen en onderstaartdekveren zijn oranjeroestbruin. Washuid, oogring en poten zijn geel. Het vrouwtje is veel groter en zwaarder dan het mannetje; het verschil tussen de seksen is groter dan bij enige andere valk. Jonge vogels zijn bruiner van boven en lichter okergeel van onder, met donkere bandering op de borst en zwarte vlekjes op de dijen.
Verwarringssoorten
De vleermuisvalk Falco rufigularis is kleiner, met kleinere poten, een witte tot geelachtige keel en bovenborst zonder oranje band, en fijne witte bandjes op de zwarte borst; jonge vleermuisvalken hebben al roodbruine dijen. Grootte alleen is onbetrouwbaar, want een klein mannetje bonte slechtvalk is nauwelijks groter dan een groot vrouwtje vleermuisvalk. De slechtvalk Falco peregrinus heeft een lichte, gebandeerde onderzijde en een brede baardstreep. De aplomadovalk Falco femoralis is slank en langstaartig, met een witte wenkbrauwstreep en een lichte borst.
Leefgebied
Uitgestrekt, ongerept laagland- en bergregenwoud en halfgroen bos, bij voorkeur met rotswanden of steile hellingen voor het nest; soms ook een mozaïek van bos en open plekken. Zit hoog op een kale boom of een rotsrichel en slaat vogels zoals duiven, papegaaien en gierzwaluwen in de lucht. Broedt op richels en in holten in rotswanden, soms in boomholten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Op Trinidad zeer zeldzaam. Uit de eerste helft van de 20e eeuw zijn enkele balgen en eierlegsels bekend, maar zonder goede vindplaatsgegevens; latere waarnemingen zijn schaars en komen vooral uit het Noordelijk Gebergte. Of er een kleine broedpopulatie bestaat of dat het om zwervers van het Zuid-Amerikaanse vasteland gaat, is onduidelijk. Op Tobago niet bekend. Buiten het gebied lokaal van het zuiden van Mexico, Belize en Guatemala door Panama en het noorden van Zuid-Amerika, ten oosten van de Andes, tot in het noorden van Argentinië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Waarnemingen zijn op Trinidad zeer zeldzaam; vrijwel elke donkere valk met roodbruine buik blijkt er een vleermuisvalk te zijn. Kenmerken om vast te leggen zijn de oranje band op de bovenborst, de grove borstbandering, de zware bouw en de grote poten. Goede foto's zijn nodig voor aanvaarding door het zeldzaamhedencomité van Trinidad en Tobago.
Staat van instandhouding
Wereldwijd schaars en sterk verbrokkeld verspreid, met een vermoedelijk afnemende populatie. Het belangrijkste gevaar is het kappen van bos; in Midden-Amerika is de soort uit meerdere landen verdwenen. Zwarte gieren nemen nestplaatsen over. In Belize wordt de populatie ondersteund met in gevangenschap gekweekte vogels.
Wetenschappelijke naam
Falco deiroleucus | Temminck, 1825
Temminck beschreef de soort in 1825 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Falco werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Falco is Laatlatijn voor 'valk', van falx, falcis 'sikkel', naar de sikkelvormige klauwen van de vogel. deiroleucus is Grieks, van deirē 'hals, keel' en leukos 'wit', naar de witte keel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Ilha de São Francisco, Santa Catarina, Brazilië.



