Alle soorten › Zangvogels › Spotlijsters › Spotlijster
Spotlijster | Mimus polyglottos
Northern Mockingbird | Sinsonte norteño
De spotlijster is de bekendste zangvogel van de Grote Antillen en de Bahama's, overal aanwezig in tuinen, langs wegen en in open land. Hij staat bekend om zijn eindeloze, gevarieerde zang vol imitaties van andere vogels en van geluiden uit de omgeving. Op Cuba heet hij sinsonte, op Puerto Rico en in de Dominicaanse Republiek ruiseñor en op Jamaica nightingale. De Caribische vogels behoren tot de ondersoort orpheus.
Geluid
Een lange, krachtige zang van frasen die elk meestal drie keer of vaker worden herhaald, met veel imitaties van andere vogels, kikkers en mechanische geluiden. Beide seksen zingen, het mannetje veel meer. Zingt ook 's nachts, vooral bij maanlicht of straatverlichting. Roep een hard, droog tsjek.
Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
23–28 cm, slank, met een lange staart en een dunne zwarte snavel. De bovendelen zijn grijs, met een smalle donkere oogstreep. De onderdelen zijn vuilwit en ongevlekt. De vleugels zijn zwartachtig met twee witte vleugelstrepen en een grote witte vlek aan de basis van de handpennen, die in de vlucht als een helder wit vleugelveld zichtbaar is. De staart is zwartachtig, de buitenste staartveren zijn grotendeels wit. De iris is geel tot oranje. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels hebben een gevlekte borst en een grijsgroene iris.
Verwarringssoorten
De Bahamaspotlijster Mimus gundlachii is groter en bruiner, met strepen op de flanken, zonder witte vleugelvlek en met alleen witte staartpunten. De tropische spotlijster Mimus gilvus van de Kleine Antillen en de zuidelijke eilanden mist de witte vleugelvlek. De grijze koningstiran Tyrannus dominicensis heeft een donker masker, een zware rechte snavel en een kortere, ingekeepte staart. De katvogel Dumetella carolinensis is egaal donkergrijs met een zwarte kap.
Leefgebied
Open land met struiken en verspreide bomen: tuinen, parken, erven, wegbermen, weilanden, kuststruweel en droog struweel, ook droog open bos. In steden en dorpen vaak het talrijkst. Foerageert op de grond, waarbij de vleugels kort worden opengeslagen zodat de witte vlekken zichtbaar worden. Eet insecten, vruchten en bessen. Verdedigt fel zijn territorium, ook tegen grotere vogels, katten en mensen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Standvogel op de Bahama's, de Turks- en Caicoseilanden, Cuba met Isla de la Juventud en de cays, de Kaaimaneilanden, Jamaica, Hispaniola (Haïti en de Dominicaanse Republiek), Puerto Rico met Vieques en Culebra en de Maagdeneilanden. Op de noordelijke Bahama's komen ook trekvogels uit Noord-Amerika voor. Buiten het gebied van Zuid-Canada en de Verenigde Staten tot het zuiden van Mexico; ingevoerd op Hawaï.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In vrijwel elke tuin, elk hotelterrein en elk stadspark op de Grote Antillen en de Bahama's, vooral in het voorjaar te zien, wanneer mannetjes vanaf antennes en daknokken zingen en in een zangvlucht opvliegen. De witte vleugelvlekken in de vlucht zijn het beste kenmerk.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd en algemeen. Profiteert van bebouwing en open land. Op de Bahama's breidt de soort zich uit naar eilanden en habitats van de Bahamaspotlijster.
Wetenschappelijke naam
Mimus polyglottos | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als [Turdus] polyglottos; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Mimus werd in 1826 ingevoerd door Boie. Mimus is Latijn voor 'nabootser', naar de gewoonte om andere geluiden na te doen. polyglottos is Grieks, van polus 'veel' en glossa 'tong', naar het uitgebreide nabootsende repertoire. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Virginia.






