Alle soorten › Vetzwaluwen › Vetzwaluw › Vetvogel

Vetvogel | Steatornis caripensis

Oilbird | Guácharo

De vetvogel is de enige soort van zijn familie en de enige vogel ter wereld die 's nachts vliegend vruchten zoekt. Overdag zit hij in kolonies in donkere grotten, waar hij zich met hoorbare klikgeluiden op echolocatie oriënteert. De naam verwijst naar de jongen, die op een dieet van oliehoudende vruchten zo vet worden dat ze vroeger werden verzameld om er olie van te winnen. Op Trinidad heet hij ook guácharo of diablotin.

Vetvogel (Steatornis caripensis)
Foto: Alastair Rae from London, United Kingdom — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In de grot een oorverdovend koor van rauwe kreten en gekrijs, vooral bij verstoring of licht. Voor de oriëntatie in het donker een reeks snelle, droge klikken (rond 2 kHz), die ook voor het menselijk oor te horen zijn.

Luister: VluchtroepXC701940

Opname: Marcin Sołowiej — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

40–49 cm, slank, met lange, smalle vleugels, een lange, getrapte staart en een sterk gehaakte snavel met lange borstels bij de mondhoek. De ogen zijn groot en donker. Het verenkleed is warm roodbruin, met witte vlekken op kruin, nek, vleugeldekveren en staart. De onderdelen zijn lichter kaneelbruin, met witte, zwartomrande ruitvormige vlekken die van keel naar buik groter worden. De poten zijn kort en zwak. De seksen lijken op elkaar.

Verwarrings­soorten

Door formaat, kleur en leefwijze nauwelijks te verwarren. Nachtzwaluwen zoals de pauraque Nyctidromus albicollis en de rosse nachtzwaluw Antrostomus rufus zijn veel kleiner, hebben een klein snaveltje en jagen op insecten; ze rusten op de grond of op een tak, niet in grotten. De grijze reuzennachtzwaluw Nyctibius griseus is grijsbruin gevlekt zonder witte druppelvlekken en zit overdag rechtop op een paal of tak.

Leefgebied

Broedt en slaapt in grotten en diepe, schaduwrijke kloven in beboste heuvels en bergen, en in grotten aan de kust. 's Nachts vliegt de vogel over bos om vruchten te plukken, vooral van palmen, laurierachtigen (Lauraceae) en wierookbomen (Burseraceae); de vruchten worden in de vlucht van de boom gerukt en heel ingeslikt, de pitten later uitgebraakt. Het nest is een hoop van uitgebraakte vruchtresten en uitwerpselen op een richel in de grot, vaak boven water. Er worden twee tot vier witte eieren gelegd; de jongen worden zwaarder dan de volwassen vogels voordat ze uitvliegen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen als standvogel op Trinidad, met een handvol kolonies in grotten in de Northern Range, zoals Dunston Cave bij het Asa Wright Nature Centre, Aripo Cave en Cumaca Cave, en een kolonie op het eilandje Huevos voor de noordwestkust. Op Aruba als dwaalgast vastgesteld. Buiten het gebied van Venezuela en de Guyana's via Colombia, Ecuador en Peru tot Bolivia en Brazilië, van zeeniveau tot hoog in de Andes.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Dunston Cave bij het Asa Wright Nature Centre is de toegankelijkste kolonie; bezoek is beperkt en alleen onder begeleiding mogelijk, om verstoring te voorkomen. Andere grotten vragen een gids en een stevige wandeling of een boottocht. Bij het vallen van de avond verlaten de vogels de grot; de klikgeluiden zijn dan in de omgeving te horen. Licht in de grot verstoort de kolonie en hoort tot een minimum beperkt te blijven.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De wereldpopulatie wordt op enkele tienduizenden volwassen vogels geschat en geldt als stabiel. Door de afhankelijkheid van een beperkt aantal grotten is de soort plaatselijk kwetsbaar voor verstoring en voor het leeghalen van kolonies; op Trinidad worden nog altijd vogels uit afgelegen grotten weggevangen.

Wetenschappelijke naam

Steatornis caripensis | Humboldt, 1817

Humboldt beschreef de soort in 1817 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Steatornis werd in 1814 ingevoerd door Humboldt. Steatornis is Grieks, van stear, steatos 'vet' en ornis 'vogel', naar de vette jongen die vroeger werden uitgekookt voor olie. caripensis betekent 'uit Caripe', naar de Cueva del Guácharo bij Caripe in Venezuela, waar Humboldt de vogel aantrof. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit grotten van Caripe, Venezuela.