Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Zwarte kuifarend

Zwarte kuifarend | Spizaetus tyrannus

Black Hawk-Eagle | Águila tirana

De zwarte kuifarend is een slanke bosarend met een lange staart en brede, aan de basis versmalde vleugels. Hij zit lang verscholen in het bladerdak en wordt vooral gezien wanneer hij hoog boven het bos cirkelt en roept. In het gebied komt hij alleen op Trinidad voor.

Zwarte kuifarend (Spizaetus tyrannus)
Foto: Aitor — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, fluitend wiet-wiet-wieeeer of wiet-wieuw, vaak in de vlucht boven het bos en vooral in de ochtend; ook kortere, herhaalde fluittonen vanaf een zitplaats.

Luister: ZangXC1183871

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

58–70 cm. Volwassen vogels zijn grotendeels zwart, met een korte kuif waarvan de veren aan de basis wit zijn, fijne witte spikkels op de buik en zwart-wit gebandeerde dijen en onderstaartdekveren. De lange zwarte staart heeft drie of vier brede grijze banden. In vlucht vallen de brede, peddelvormige vleugels op, met zwarte dekveren en wit-zwart geblokte slagpennen. De poten zijn tot de tenen bevederd, de iris is geel tot oranje. Jonge vogels zijn donkerbruin van boven, met een witachtige wenkbrauwstreep en keel, buffkleurige, donker gestreepte onderdelen en een lichtere, gebandeerde staart.

Verwarrings­soorten

De bonte kuifarend Spizaetus ornatus heeft een roodbruine kop en hals, een witte keel en zwart-wit gebandeerde onderdelen; jonge bonte kuifarenden zijn veel witter dan jonge zwarte. De zwarte buizerd Buteogallus anthracinus en de zwarte arendbuizerd Buteogallus urubitinga hebben kale gele poten, een kortere staart met één of twee witte banden en geen gebandeerde slagpennen. Jonge grijskopwouwen Leptodon cayanensis in de donkere vorm lijken op jonge zwarte kuifarenden, maar zijn kleiner en hebben onbevederde poten.

Leefgebied

Vochtig en halfgroen bos in heuvels en bergen, ook ouder secundair bos, bosranden en open plekken in het bos. Hij jaagt vanuit het bladerdak op middelgrote zoogdieren zoals eekhoorns, opossums en vleermuizen, op vogels zoals hoenderachtigen en toekans, en op hagedissen en slangen. Het nest is een groot takkenplatform hoog in een boom.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen op Trinidad, vooral in de Northern Range en in de grotere bosgebieden in het midden en zuiden van het eiland. Buiten het gebied van Mexico door Midden-Amerika tot het noordoosten van Argentinië en het zuiden van Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste vanaf uitzichtpunten boven het bos in de Northern Range, halverwege de ochtend als de thermiek op gang komt. De roep valt meestal eerder op dan de vogel zelf; een cirkelende vogel is te herkennen aan de lange staart en de gebandeerde, aan de basis versmalde vleugels.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is afhankelijk van grotere bosgebieden en neemt af waar bos verdwijnt; op Trinidad komt daar af en toe vervolging bij.

Wetenschappelijke naam

Spizaetus tyrannus | (Wied-Neuwied, 1820)

Wied-Neuwied beschreef de soort in 1820 als Falco tyrannus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Spizaetus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Spizaetus is Grieks, van spizias 'havik' en aetos 'arend': 'haviksarend'. tyrannus is Latijn voor 'tiran, heerser', naar deze krachtige roofvogel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Rio Belmonte, Bahia, Brazilië.