Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Amerikaans waterhoen

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Amerikaans waterhoen | Gallinula galeata

Common Gallinule | Gallineta frente roja

Het Amerikaans waterhoen is een donkere, kipachtige watervogel met een rood voorhoofdsschild en een rode snavel met gele punt, die zowel zwemt als door de oevervegetatie loopt. Het werd lang tot het waterhoen van de Oude Wereld gerekend, maar wordt sinds 2011 vooral op grond van verschillen in stem en DNA als aparte soort behandeld. In het gidsgebied is het een algemene standvogel van Mexico tot Panama.

Amerikaans waterhoen (Gallinula galeata)
Foto: Dario Sanches from SÃO PAULO, BRASIL — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een gevarieerd repertoire van kakelende, kippige en hikkende geluiden; typerend is een reeks die versnelt en vertraagt, kek-kek-kek-keh-keh-kaa-kaa, die aan gelach doet denken. Daarnaast een plotseling, luid krruk en zachte tikkende contactroepen. Hoger en meer kakelend dan het waterhoen van de Oude Wereld.

Luister: ZangXC1039897

Opname: Emily Ritter — CC0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

32–35 cm. Leigrijs tot zwartachtig, met een donkerbruine rug en vleugels. Het rode voorhoofdsschild is aan de bovenkant breed en vrij recht afgesneden; de snavel is rood met een gele punt. Langs de flank loopt een smalle witte streep. De onderstaartdekveren zijn aan weerszijden wit met een zwart middendeel, wat bij het voortdurend wippen van de staart goed zichtbaar is. De poten zijn geelgroen met lange tenen zonder zwemvliezen, met een rode ‘kousenband’ boven het hielgewricht. Jonge vogels zijn grijsbruin met een lichte keel, een witte flankstreep en een doffe, donkere snavel zonder schild. Knikt bij het zwemmen ritmisch met de kop.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse meerkoet Fulica americana is gedrongener en egaal leigrijs, met een witte snavel, zonder witte flankstreep, en heeft lobben aan de tenen. Het Amerikaans purperhoen Porphyrio martinica is paarsblauw en groen, met een lichtblauw voorhoofdsschild en gele poten; jonge purperhoenders zijn geelbruiner dan jonge waterhoenders en missen de witte flankstreep. De Midden-Amerikaanse jacana Jacana spinosa heeft een geel voorhoofdsschild, een kastanjebruin lijf en in de vlucht geelgroene slagpennen.

Leefgebied

Zoetwatermoerassen, meren, vijvers, lagunes en trage rivieren met een rand van riet, lisdodde of drijvende planten; ook rijstvelden, sloten, stuwmeren en vijvers in parken. Van zeeniveau tot op de hoogvlakte. Eet waterplanten, zaden, insecten, slakken en ander klein waterleven, zwemmend, grondelend of lopend over drijvende vegetatie. Het nest is een kom van plantenmateriaal in de oevervegetatie, soms drijvend; ouders worden geholpen door jongen uit een eerder legsel.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Standvogel in vrijwel heel het gidsgebied, van Baja California en Sonora tot Panama, zowel in het laagland van beide kusten als in de hooglanden; ontbreekt alleen waar geschikt water ontbreekt, zoals in de droogste delen van het noorden. In het noorden van Mexico komen er in de winter vogels uit het noorden bij. Buiten het gidsgebied van het oosten van Canada en de Verenigde Staten via het Caribisch gebied tot in Zuid-Amerika; in het zuiden van Zuid-Amerika en op Hawaï vertegenwoordigd door eigen ondersoorten.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vrijwel overal op zoet water met oevervegetatie, ook in stadsparken; in Panama bijvoorbeeld langs het Gatúnmeer en het Panamakanaal, in Costa Rica in Palo Verde, in Mexico in Xochimilco en in de lagunes van Veracruz en Tabasco. Het wippen met de staart en het knikken met de kop zijn ook van ver goede kenmerken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is wijdverbreid en algemeen en past zich goed aan aangelegde wateren aan, zoals stuwmeren, rijstvelden en vijvers.

Wetenschappelijke naam

Gallinula galeata | (Lichtenstein, 1818) (GBIF: Gallinula chloropus)

Lichtenstein beschreef de soort in 1818 als Crex galeata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Gallinula werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Gallinula is Latijn voor 'hoentje', een verkleinwoord van gallina 'hen'. galeata is Latijn voor 'gehelmd', naar het rode voorhoofdsschild. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Brazilië (of mogelijk Paraguay).