Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Balsasschreeuwuil

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Balsasschreeuwuil | Megascops seductus

Balsas Screech Owl | Tecolote del Balsas

De balsasschreeuwuil is een grote schreeuwuil die alleen in het zuidwesten van Mexico voorkomt, in het stroomgebied van de Río Balsas en op de aangrenzende Pacifische hellingen. Hij leeft in droog loofbos en doornstruweel en is uitsluitend ’s nachts actief. Vroeger werd hij als een ondersoort van de westelijke schreeuwuil beschouwd; van de andere schreeuwuilen van het gidsgebied wijkt hij af door zijn donkere ogen.

Balsasschreeuwuil (Megascops seductus)
Foto: biolsamuel — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang van het mannetje is een vrij luide reeks schorre tonen die versnelt tot een triller, in het ritme van een stuiterende bal die tot stilstand komt; hij klinkt lager en ruwer dan de zang van de westelijke schreeuwuil. Beide geslachten laten daarnaast reeksen schorre, hinnikende trillers horen.

Luister: DuetXC1052399

Opname: David Ruíz Domínguez — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

24–27 cm, een van de grootste schreeuwuilen van het gidsgebied, met korte oorpluimen, donkerbruine, zelden goudbruine ogen en een groenige snavel. De gezichtsschijf is grijsbruin met een donkere rand. Kruin en bovendelen zijn grijsbruin met zwartbruine lengtestrepen en een roze zweem; de schouderveren vormen een witte band en over de gesloten vleugel lopen twee rijen witte vlekken. De onderdelen zijn lichter, met smalle donkere lengtestrepen en vage dwarsbandering. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De westelijke schreeuwuil Megascops kennicottii leeft hoger, op de hoogvlakte en in eiken- en pijn-eikenbos, is kleiner en heeft gele ogen. De roodwangschreeuwuil Megascops guatemalae komt in hetzelfde gebied voor, maar is kleiner, heeft gele ogen en fijn gemarmerde onderdelen en zingt een lange triller. De mangroveschreeuwuil Megascops cooperi leeft verder naar het zuidoosten, in Oaxaca en Chiapas, en heeft gele ogen. De gevlekte schreeuwuil Megascops trichopsis is kleiner en leeft in bergbos.

Leefgebied

Droog loofbos, doornstruweel en halfopen land met verspreide bomen en struiken tussen ongeveer 600 en 1500 m, ook oeverbos langs droge rivierdalen en boomrijk weide- en akkerland. Broedt in boomholten, vaak oude spechtenholen. Jaagt ’s nachts vanaf een zitpost op grote insecten, spinnen, schorpioenen en kleine gewervelden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Standvogel in het zuidwesten van Mexico: van het zuiden van Jalisco en Colima door het stroomgebied van de Río Balsas in Michoacán, het zuiden van de staat México, Morelos en het zuidwesten van Puebla tot in het midden van Guerrero. Komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de droge bossen van de Sierra de Huautla in Morelos en in de heuvels van Colima is de zang na zonsondergang te horen. Overdag zit hij verborgen in een holte of dicht gebladerte; in de schemering komt hij soms naar een zitpost aan de rand van een open plek.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort gold tot 2014 als gevoelig. Het droge loofbos van het Balsasgebied wordt door landbouw, veeteelt en houtkap sterk versnipperd; een groot deel van de bekende populatie leeft in de Sierra de Huautla, die als biosfeerreservaat beschermd is.

Wetenschappelijke naam

Megascops seductus | (Moore, 1941)

Moore beschreef de soort in 1941 als Otus vinaceus seductus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Megascops werd in 1848 ingevoerd door Kaup. Megascops combineert het Griekse megas 'groot' met Scops, de oude geslachtsnaam van de dwergooruilen. seductus is Latijn voor 'afgelegen, ver weg', van seducere 'afzonderen', naar de verre uitbreiding van het leefgebied tot in zuidelijk Mexico. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit zuidwestelijk Mexico (precieze typelocatie niet gevonden).