Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Mangroveschreeuwuil

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Mangroveschreeuwuil | Megascops cooperi

Pacific Screech Owl | Autillo de manglar

De mangroveschreeuwuil is een grote, grijze schreeuwuil van de Pacifische kant van Midden-Amerika, van Oaxaca tot het noordwesten van Costa Rica. Ondanks de naam leeft hij niet alleen in mangrove, maar ook in droog loofbos, moerasbos en halfopen land met verspreide bomen. Hij is uitsluitend ’s nachts actief en het hele verspreidingsgebied ligt binnen het gidsgebied.

Mangroveschreeuwuil (Megascops cooperi)
Foto: Chris Jimenez from CR — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks schorre, wat blaffende tonen die na een korte, ratelende inzet in kracht toe- en weer afnemen: prrr poe-poe-POE-POE-POE-poe-poe. De vogels van Oaxaca hebben een eigen, staccato zang, een kwakend krorrr gevolgd door een snelle reeks go-go-go-go. Paren zingen vaak in duet, vooral in het eerste deel van de nacht.

Luister: ZangXC960818

Opname: Gary Elton — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

20–26 cm, met opvallende oorpluimen, felgele ogen en een korte staart. De gezichtsschijf is bleekgrijs met een witte en zwartachtige rand. Kruin en bovendelen zijn bleek grijsbruin met donkere marmering en zwarte lengtestrepen; over de gesloten vleugel lopen twee lichte strepen. De onderdelen zijn gebroken wit met een visgraatpatroon van zwarte lengtestrepen en fijne dwarsstreepjes. De vogels van de Pacifische kant van Oaxaca (ondersoort lambi) zijn kleiner en hebben een donker gestreepte en gebandeerde kruin. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De roodwangschreeuwuil Megascops guatemalae leeft in dezelfde streken, maar is kleiner, bruiner en fijn gemarmerd op de onderdelen, zonder duidelijke lengtestrepen, en zingt een lange, gelijkmatige triller. De cholibaschreeuwuil Megascops choliba, in Costa Rica vooral verder naar het zuiden en in het Centrale Dal, is kleiner, heeft een scherp zwart omrande gezichtsschijf en zingt een korte triller met één of twee losse slottonen. De balsasschreeuwuil Megascops seductus, verder naar het noordwesten, heeft donkere ogen.

Leefgebied

Mangrove, moerasbos, droog loofbos, doornstruweel en halfopen land met verspreide bomen en cactussen, ook secundair bos, erven en dorpsranden met grote bomen; van zeeniveau tot ongeveer 1000 m in Oaxaca en 1300 m in Costa Rica, maar meestal lager. Broedt in boomholten. Jaagt ’s nachts vanaf een zitpost op grote insecten, spinnen, krabben en kleine gewervelden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Standvogel aan de Pacifische kant van Midden-Amerika: in Oaxaca (ondersoort lambi) en Chiapas, en verder in Guatemala, El Salvador, het zuiden van Honduras rond de Golf van Fonseca en Nicaragua tot het noordwesten van Costa Rica, in Guanacaste en rond de Golf van Nicoya. Komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het laagland van Guanacaste in Costa Rica, bijvoorbeeld rond Palo Verde en in Santa Rosa, is de zang ’s avonds regelmatig te horen, ook bij erven en lodges met grote bomen. Overdag zit hij verborgen in een holte of in dicht gebladerte, soms in een palmboom.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Het droge bos en de mangrove aan de Pacifische kant zijn grotendeels gekapt of versnipperd, maar de soort komt ook in halfopen landbouwgebied met bomen voor.

Wetenschappelijke naam

Megascops cooperi | (Ridgway, 1878)

Ridgway beschreef de soort in 1878 als Scops cooperi; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Megascops werd in 1848 ingevoerd door Kaup. Megascops combineert het Griekse megas 'groot' met Scops, de oude geslachtsnaam van de dwergooruilen. cooperi eert Juan J. Cooper, die in de jaren 1870 vogels verzamelde in Costa Rica. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Santa Ana, Costa Rica.