Alle soorten › Zangvogels › Ovenvogels en muisspechten › Beekstekelstaart
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Beekstekelstaart | Lochmias nematura
Sharp-tailed Streamcreeper | Riachuelero
De beekstekelstaart is een donkerbruine ovenvogel die vrijwel uitsluitend langs beken in bos leeft en daar over stenen en oevers loopt. Kenmerkend zijn de wit gevlekte onderzijde, de dunne, licht gebogen snavel en de korte zwarte staart met stekelige punten. In het gidsgebied komt hij alleen in de bergen van het oosten van Panama voor.
Geluid
De zang is een lange, droge, snelle triller die eerst wat aanzwelt; daarnaast scherpe roepjes.
Opname: Christiana Fattorelli — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
14–15 cm; staart kort, zwartachtig, met kale, stekelige veerschachten aan de punt. Bovendelen donker roodbruin. Onderdelen donkerbruin, dicht bezet met witte vlekken en druppels. Smalle witte wenkbrauwstreep, niet bij alle vogels even duidelijk. Snavel dun, vrij lang en licht gebogen. Poten roze.
Verwarringssoorten
De zeemstuitzanger Myiothlypis fulvicauda leeft ook langs bosbeken, maar heeft een lichte, okerkleurige stuit, een ongevlekte onderzijde en zwaait voortdurend met de staart. Andere ovenvogels in dit gebied leven niet zo uitgesproken langs water.
Leefgebied
Snelstromende beken met rotsblokken en begroeide oevers in vochtig voetheuvel- en bergbos. Zoekt lopend en hippend over stenen, wortels en modderige oevers naar insecten en andere kleine ongewervelden, vaak half verborgen onder overhangende planten. Nestelt in een gang in een oeverwal.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied alleen in de bergen van het oosten van Panama (Darién). Buiten het gidsgebied in de Andes van Colombia tot Bolivia en Argentinië, in de tepuigebergten en in het zuidoosten van Brazilië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Langs bosbeken in de bergen van Darién; meestal laag bij het water te vinden, waar hij snel tussen stenen en wortels verdwijnt.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Wijd verspreid in Zuid-Amerika; in het gidsgebied beperkt tot een klein en afgelegen gebied.
Wetenschappelijke naam
Lochmias nematura | (Lichtenstein, 1823)
Lichtenstein beschreef de soort in 1823 als Myiothera nematura; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Lochmias werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Lochmias is Grieks, van lokhmē 'struikgewas, kreupelhout': 'bewoner van het struikgewas'. nematura is Grieks, van nēma 'draad' en oura 'staart', naar de staartpennen die uitlopen in kale, stekelige schachtpunten. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit São Paulo, Brazilië.


