Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Bergbeektachuri
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Bergbeektachuri | Serpophaga cinerea
Torrent Tyrannulet | Mosquerito guardarríos
De bergbeektachuri is een kleine, grijs-zwarte tiran die uitsluitend langs snelstromende, rotsige beken en rivieren in de bergen leeft. Hij zit op stenen in en langs het water en vangt insecten boven de stroming. In het gidsgebied komt hij voor in de bergen van Costa Rica en het westen van Panama.
Geluid
Scherpe, korte tsjip-roepen, die boven het geruis van het water goed hoorbaar zijn, en snelle reeksen van zulke tonen.
Opname: Carlos Delgado JUMABITA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
11 cm, met een kleine, donkere snavel. Kop zwartachtig, met een verborgen witte kruinvlek. Rug lichtgrijs. Vleugels en staart zwartachtig, de vleugels met vage grijze randen. Onderdelen witachtig, op de borst lichtgrijs. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk. Zwiept of heft de staart vaak op.
Verwarringssoorten
De zwarte phoebe Sayornis nigricans leeft ook langs beken, maar is groter, met een zwarte kop, borst en rug en een scherp afgetekende witte buik. De zeemstuitzanger Myiothlypis fulvicauda zit eveneens op stenen langs stromend water, maar is olijfbruin met een okerbeige stuit en staartbasis.
Leefgebied
Snelstromende, heldere beken en rivieren met grote stenen en rotsen in de bergen, vooral in het middelhooggebergte, meestal omgeven door bos of half open terrein. Vangt insecten door korte vluchten boven het water en van stenen. Het komvormige nest wordt op een tak of rots boven of vlak bij het water gebouwd.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Bergen van Costa Rica, vooral in de Cordillera de Talamanca en de Cordillera Central, en van het westen van Panama, oostwaarts tot ongeveer Veraguas. Buiten het gidsgebied in de Andes, van Venezuela en Colombia tot in Bolivia.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Te vinden door bergbeken af te lopen en de stenen in het water af te zoeken; paartjes houden zich jaarrond langs hetzelfde stuk beek op. Bijvoorbeeld langs de Río Savegre bij San Gerardo de Dota in Costa Rica.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Plaatselijk vrij algemeen langs geschikte beken; afhankelijk van schoon, snelstromend water en daardoor gevoelig voor vervuiling en de aanleg van stuwdammen.
Wetenschappelijke naam
Serpophaga cinerea | (Tschudi, 1844)
Tschudi beschreef de soort in 1844 als L[eptopogon] cinereus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Serpophaga werd in 1839 ingevoerd door Gould. Serpophaga is Grieks, van serphos 'mug' en -phagos 'etend': 'muggeneter'. cinerea is Latijn voor 'asgrauw' (van cinis 'as'), naar het grijze verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit omgeving van Tarma, Junín, Peru.


