Alle soorten › Hoenderachtigen › Hokko's en chachalaca's › Berggoean

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Eend- en hoendervogels Galloanserae

Berggoean | Penelopina nigra

Highland Guan | Pajuil

De berggoean is de kleinste goean van het gidsgebied en een vogel van het nevelwoud van de hooglanden van Chiapas tot het noorden van Nicaragua. Mannetje en vrouwtje verschillen sterk: het mannetje is zwart met een rode keellap, het vrouwtje roestbruin met zwarte bandering. De soort is de enige in het geslacht Penelopina en komt buiten het gidsgebied niet voor.

Berggoean (Penelopina nigra)
Foto: jmmaes — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In de broedtijd laat het mannetje een lang, stijgend fluitend geluid horen, uu-ieeeeh, en maakt het in een korte duikvlucht tussen de bomen een droog, knetterend ratelgeluid met de vleugels. Verder zachte, klokkende roepjes.

Luister: ZangXC713016

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

59–65 cm; een slanke, langstaartige goean met een kleine kop en een korte snavel. Het mannetje is geheel glanzend blauwzwart, met een felrode snavel, een kale rode keellap en rode poten. Het vrouwtje is warm roestbruin tot kastanjebruin, op de bovendelen, vleugels en staart dicht zwart gebandeerd, op de onderdelen fijner en vager gebandeerd; ook zij heeft rode poten, maar een doffere snavel en geen opvallende keellap. Onvolwassen mannetjes lijken eerst op het vrouwtje en worden geleidelijk zwart.

Verwarrings­soorten

De hoorngoean Oreophasis derbianus leeft deels in dezelfde bergen, maar is veel groter, heeft een witte, zwart gestreepte borst, een witte staartband en een rode hoorn op de kruin. Het kuifsjakohoen Penelope purpurascens is bijna anderhalf keer zo groot, olijfbruin met witte streepjes op hals en borst, en leeft vooral lager. Het vrouwtje kan met een chachalaca worden verward, maar chachalaca's zijn ongebandeerd grijsbruin en leven in groepjes in lager, opener land.

Leefgebied

Vochtig bergbos en nevelwoud, ook pijn-eikenbos met een dichte ondergroei, van ongeveer 1000 tot 3000 m, vooral boven 1500 m. Leeft alleen of in paartjes in de middenlaag en het bladerdak, maar zoekt ook op de bosbodem naar afgevallen vruchten. Eet vooral vruchten, bladeren en knoppen. Het nest is een losse schaal van takjes en bladeren laag in een boom of struik.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Hooglanden van het uiterste oosten van Oaxaca en van Chiapas, Guatemala, het noordwesten van El Salvador, Honduras en het noorden van Nicaragua. De soort komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het meest kans in grote, beschermde nevelwouden, zoals El Triunfo in Chiapas, de Sierra de las Minas en het Biotopo del Quetzal in Guatemala, Montecristo in El Salvador en Cusuco en La Tigra in Honduras. In de broedtijd, van februari tot mei, verraadt de stijgende fluittoon van het mannetje de vogel vaak al voor zonsopgang.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar. De soort gaat achteruit door het kappen en versnipperen van bergbos en door jacht. In grote beschermde gebieden is hij plaatselijk nog vrij algemeen.

Wetenschappelijke naam

Penelopina nigra | (Fraser, 1852)

Fraser beschreef de soort in 1852 als Penelope niger; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Penelopina werd in 1862 ingevoerd door Reichenbach. Penelopina is een verkleinvorm van het geslacht Penelope: 'kleine Penelope', naar de kleinere bouw. nigra is Latijn voor 'zwart', naar het glanzend zwarte mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit onbekend (beschreven naar volièrevogels).