Alle soorten › Zangvogels › Spotlijsters › Bergspotlijster

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Bergspotlijster | Oreoscoptes montanus

Sage Thrasher | Cuitlacoche de chías

De bergspotlijster is de kleinste spotlijster van het gidsgebied, met een korte, rechte snavel, een gestreepte borst en een gele iris. Hij broedt in de alsemsteppen van het westen van Noord-Amerika en overwintert in open, droog terrein in het noorden van Mexico.

Bergspotlijster (Oreoscoptes montanus)
Foto: ADJ82 — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een lange, doorlopende reeks snelle, warbelende tonen zonder duidelijke pauzes; in het gidsgebied vooral te horen in het late voorjaar, kort voor het vertrek. De roep is een laag, kort tsjoek.

Luister: ZangXC1007049

Opname: Ed Pandolfino — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–22 cm. Vrij klein en compact voor een spotlijster, met een korte, rechte, donkere snavel en een middellange staart. Bovendelen grijsbruin met vage donkere streepjes. Twee smalle witte vleugelstrepen. Onderdelen wit tot licht okerkleurig, met duidelijke donkere lengtestrepen op borst en flanken. Smalle lichte wenkbrauwstreep en een donkere baardstreep. Iris geel. Staart met witte hoeken, zichtbaar in de vlucht. In de herfst en winter zijn de strepen vager en de onderdelen warmer okerkleurig. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De cactusspotlijster Toxostoma bendirei is groter, met een langere, licht gebogen snavel, geen witte vleugelstrepen en alleen fijne, pijlvormige vlekjes op de borst. De krombekspotlijster Toxostoma curvirostre is veel groter, met een lange, gebogen snavel en een oranje iris. Jonge spotlijsters Mimus polyglottos hebben een gevlekte borst, maar zijn groter, met een langere staart en grote witte vlakken in vleugel en staart.

Leefgebied

In de winter open halfwoestijn en grasland met verspreide struiken, droog struweel, jeneverbesbosjes en akkerranden. Zoekt op de grond naar insecten en eet in de winter veel bessen, onder meer van jeneverbes. Loopt snel over open grond en zit vaak bovenop een lage struik.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Broedt in het westen van de Verenigde Staten en het uiterste zuidwesten van Canada, vooral in het Grote Bekken. Overwintert in het zuidwesten van de Verenigde Staten en het noorden van Mexico. In het gidsgebied in Baja California, Sonora, Chihuahua, Coahuila, Durango, Zacatecas, Nuevo León en San Luis Potosí, plaatselijk zuidelijker; het aantal wisselt sterk van jaar tot jaar.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter vaak te vinden bij jeneverbessen en andere struiken met bessen in open terrein; zit regelmatig zichtbaar bovenop een struik en wipt bij verstoring met de staart.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Nog wijdverbreid, maar de aantallen nemen af door het verdwijnen van alsemsteppe in het broedgebied door brand, invasieve grassen en omzetting in landbouwgrond.

Wetenschappelijke naam

Oreoscoptes montanus | (Townsend, 1837)

Townsend beschreef de soort in 1837 als Orpheus montanus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Oreoscoptes werd in 1858 ingevoerd door Baird. Oreoscoptes is Grieks, van oros 'berg' en skōptēs 'spotter': 'bergspotvogel'. montanus is Latijn voor 'van de bergen'; Townsend noemde de vogel aanvankelijk 'bergspotvogel'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sandy Creek, Wyoming.