Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Blauwe pitpit

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Blauwe pitpit | Dacnis cayana

Blue Dacnis | Dacnis azul

De blauwe pitpit is een kleine, turquoiseblauwe tangare met een zwarte rug en een korte, spitse snavel. Hij zoekt in de kruinen van bosranden, tuinen en plantages naar insecten, vruchten en nectar, vaak samen met suikervogels en andere tangares. In het gidsgebied komt hij voor van Honduras tot in Panama.

Blauwe pitpit (Dacnis cayana)
Foto: Dario Sanches from São Paulo, Brazil — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een dun, hoog tsip en een zacht, droog getjilp; de zang is weinig bekend.

Luister: VluchtroepXC1154958

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm. Slanke tangare met een korte, spitse, rozeachtige tot donkere snavel. Het mannetje is helder turquoiseblauw met een zwarte teugel, een kleine zwarte keelvlek, een zwarte mantel en zwarte vleugels en staart met blauwe randen. Het vrouwtje is grasgroen, van onderen lichter, met een blauwgrijze kop.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de rooddijpitpit Dacnis venusta heeft zwarte onderdelen en rode dijen. Het mannetje van de blauwe suikervogel Cyanerpes cyaneus is dieper paarsblauw, heeft een lange, gebogen snavel en rode poten. Het mannetje van de zwaluwtangare Tersina viridis (oosten van Panama) heeft een witte buik en een brede snavel. Het vrouwtje van de blauwgroene pitpit Dacnis viguieri is egaler groen, zonder blauwgrijze kop.

Leefgebied

Kruinlaag en randen van vochtig laaglandbos en voetheuvelbos tot ongeveer 1200 m, oud secundair bos, plantages, schaduwkoffie, tuinen en parken met hoge bomen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Caribische kant van het oosten van Honduras en Nicaragua; Costa Rica en Panama aan beide kanten. Buiten het gidsgebied in een groot deel van tropisch Zuid-Amerika, tot in het noordoosten van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vaak te zien in bloeiende en vruchtdragende bomen in tuinen en aan bosranden in Panama, bijvoorbeeld rond het Panamakanaal, en bij voederplanken met fruit in Costa Rica.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Algemeen in Panama en Costa Rica; profiteert van half open land met bomen.

Wetenschappelijke naam

Dacnis cayana | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Motacilla cayana; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Dacnis werd in 1816 ingevoerd door Cuvier, GLCFD. Dacnis komt van het Oudgriekse daknis, een niet te identificeren vogel uit Egypte. cayana verwijst naar Cayenne in Frans-Guyana, de typelocatie. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.