Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Rooddijpitpit

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Rooddijpitpit | Dacnis venusta

Scarlet-thighed Dacnis | Dacnis muslirrojo

De rooddijpitpit is een kleine tangare met een korte, spitse snavel. Het mannetje is turquoiseblauw en zwart, met scharlakenrode dijen die meestal onder de veren verborgen blijven. Hij leeft in de kruinen van vochtig bos in de voetheuvels van Costa Rica en Panama en eet vruchten en insecten.

Rooddijpitpit (Dacnis venusta)
Foto: Matt_B13 — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een dun, hoog tsiet en een zacht getjilp; weinig vocaal.

Luister: ZangXC253669

Opname: William Adsett — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm. Compacte tangare met een korte, spitse, donkere snavel en een rood oog. Het mannetje heeft een glanzend turquoiseblauwe kruin, nek, mantel en stuit en een zwart masker; keel, onderdelen, vleugels en staart zijn zwart, de dijen scharlakenrood. Het vrouwtje is dof groenblauw van boven, met een blauwere kop, en lichtgrijs tot zeemkleurig van onderen; ook zij heeft een rood oog.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de blauwe pitpit Dacnis cayana heeft een blauwe buik, alleen een kleine zwarte keelvlek en geen rode dijen. Het vrouwtje van de blauwe pitpit is groener, met een blauwgrijze kop. De bisschopstangare Thraupis episcopus is groter en egaal lichtblauwgrijs. Suikervogels Cyanerpes hebben een lange, gebogen snavel.

Leefgebied

Kruinlaag en randen van vochtig voetheuvel- en lager bergbos, vooral tussen 300 en 1500 m, buiten de broedtijd ook lager in het laagland; ook hoge bomen in open plekken, oud secundair bos en schaduwkoffie.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Costa Rica, vooral aan de Caribische kant en in het zuiden aan de Pacifische kant; Panama aan beide kanten. Buiten het gidsgebied in het westen van Colombia en het noordwesten van Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vaak te vinden bij vruchtdragende bomen en bij voederplanken met fruit in de voetheuvels van Costa Rica, bijvoorbeeld in de omgeving van Sarapiquí en in de Pacifische zuidhoek; de rode dijen zijn alleen te zien als de vogel zich strekt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Vrij algemeen in de voetheuvels; afhankelijk van bos, maar gebruikt ook bosranden en schaduwkoffie.

Wetenschappelijke naam

Dacnis venusta | Lawrence, 1862

Lawrence beschreef de soort in 1862 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Dacnis werd in 1816 ingevoerd door Cuvier, GLCFD. Dacnis komt van het Oudgriekse daknis, een niet te identificeren vogel uit Egypte. venusta is Latijn voor 'bekoorlijk, sierlijk', naar het fraaie turkoois en zwart van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit langs de spoorlijn over de landengte van Panama.