Alle soorten › Genten en aalscholvers › Aalscholvers › Brandts aalscholver

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes

Brandts aalscholver | Urile penicillatus

Brandt's Cormorant | Cormorán de Brandt

Brandts aalscholver is een grote, donkere zeeaalscholver van de Pacifische kust van Noord-Amerika. In het gidsgebied leeft hij uitsluitend in het noordwesten van Mexico, langs de kusten van Baja California en in de Golf van Californië. Hij vist vaak in grote groepen boven ondiepe zeebodems en kelpbossen en broedt in dichte kolonies op rotseilanden.

Brandts aalscholver (Urile penicillatus)
Foto: Mike's Birds from Riverside, CA, US — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil. Bij de kolonie laag gekwaak en gegrom.

Luister: RoepXC560036

Opname: Paul Marvin — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

80–90 cm. Een zware aalscholver met een vrij korte staart, een dikke hals en een donkere snavel. Volwassen vogels zijn zwart met een blauwgroene glans. In het broedkleed is de kale keelzak helder kobaltblauw, met daarachter een band van lichte, bruingele veren, en staan er dunne witte pluimen op de zijkant van hals en rug; buiten de broedtijd is de keelzak dof. Het oog is blauw. Jonge vogels zijn donker grijsbruin, met een lichte V-vorm op de borst en een bleke band achter de keel. Vliegt met gestrekte hals en kop, vaak in lange rijen laag boven zee.

Verwarrings­soorten

De geoorde aalscholver Nannopterum auritum heeft een langere staart, een oranjegele keelhuid en vliegt met een geknikte hals. De pelagische aalscholver Urile pelagicus is kleiner en veel slanker, met een dunne snavel, een kleine kop en in het broedkleed een rode gezichtshuid en witte flankvlekken. Jonge vogels lijken op jonge geoorde aalscholvers, maar zijn donkerder en egaler, met een kortere staart.

Leefgebied

Rotskusten, rotseilanden en het ondiepe kustwater erboven, vaak bij kelpbossen; ook baaien en havens, maar zelden in brak of zoet water. Vist duikend bij de bodem op vis en ongewervelden, vaak in grote groepen. Broedt in dichte kolonies op vlakke of zacht hellende rotsplateaus van eilanden; het nest is een hoop zeewier en plantenmateriaal.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Langs de Pacifische kust van Baja California en op de eilanden ervoor, zoals de Coronado-eilanden, Todos Santos en de San Benito-eilanden, en in het noorden en midden van de Golf van Californië, met kolonies op een aantal eilanden. Buiten de broedtijd zwerven vogels zuidwaarts langs de kust van Sonora en Sinaloa, maar verder zuidelijk is de soort zeldzaam. Buiten het gidsgebied langs de Pacifische kust van Noord-Amerika noordelijk tot Brits-Columbia en het zuidoosten van Alaska.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Boottochten vanuit Ensenada naar de Todos Santos-eilanden en tochten op de Golf van Californië bieden de meeste kans; vanaf rotsige kapen zijn groepen vissende vogels vaak ook vanaf de kust te zien. In het voorjaar is de blauwe keelzak van broedende vogels met een verrekijker goed te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De aantallen schommelen sterk met de beschikbaarheid van vis; tijdens warme zeestromingen, zoals bij El Niño, mislukken veel broedsels. Kolonies zijn gevoelig voor verstoring door mensen, vaartuigen en ingevoerde roofdieren, en vogels verdrinken in visnetten.

Wetenschappelijke naam

Urile penicillatus | (Brandt, 1837)

Brandt beschreef de soort in 1837 als Carbo penicillatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Urile werd in 1855 ingevoerd door Bonaparte. Urile gaat vermoedelijk terug op een Russische volksnaam voor de Beringaalscholver (Urile urile); de precieze herkomst is onzeker. penicillatus is Latijn voor 'met een penseel', naar de fijne witte sierveertjes op kop en hals in het broedkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit niet vermeld.