Alle soorten › Genten en aalscholvers › Aalscholvers › Pelagische aalscholver

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes

Pelagische aalscholver | Urile pelagicus

Pelagic Cormorant | Cormorán pelágico

De pelagische aalscholver is de kleinste en slankste aalscholver van de Pacifische kust van Noord-Amerika. Ondanks de naam leeft hij niet op open zee, maar langs rotskusten. In het gidsgebied is hij een zeldzame wintergast in het uiterste noordwesten, langs de Pacifische kust van Baja California.

Pelagische aalscholver (Urile pelagicus)
Foto: Linda Tanner — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In de winter vrijwel stil; in de kolonie zacht gekreun en gegrom.

Luister: RoepXC209340

Opname: Ian Cruickshank — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

64–76 cm. Een kleine, zeer slanke aalscholver met een dunne hals, een kleine kop en een opvallend dunne, donkere snavel. Volwassen vogels zijn zwart met een sterke groene en paarse glans. In het broedkleed hebben ze een kleine rode gezichtshuid bij de snavelbasis, twee korte kuifjes op kop en achterhoofd, dunne witte pluimen op de hals en een witte vlek op de flank; in de winter, wanneer ze in het gidsgebied verschijnen, ontbreken deze kenmerken grotendeels. Jonge vogels zijn egaal donkerbruin, zonder lichte borst. Vliegt met gestrekte, dunne hals en een kleine kop, waardoor de vogel in vlucht iets van een duiker heeft.

Verwarrings­soorten

Brandts aalscholver Urile penicillatus is groter en zwaarder, met een dikkere hals, een grotere kop, een dikkere snavel en een lichte band achter de keel. De geoorde aalscholver Nannopterum auritum is veel forser, met een oranjegele keelhuid; jonge vogels hebben een lichte hals en borst. Duikers, zoals de Pacifische parelduiker Gavia pacifica, hebben een spitse, rechte snavel, een lichte onderzijde en houden de snavel in vlucht niet omlaag.

Leefgebied

Steile rotskusten, kliffen en rotseilanden met het water eromheen, ook havens met pieren en golfbrekers; vist meestal alleen of in kleine groepen dicht bij de kust, duikend tot op de bodem. Broedt op smalle richels van steile kliffen, buiten het gidsgebied.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen in de winter, in kleine aantallen langs de Pacifische kust van het noorden van Baja California, zoals bij de Coronado-eilanden, Ensenada en Todos Santos; zuidelijker en in de Golf van Californië zeer zeldzaam. Buiten het gidsgebied broedt de soort langs de Pacifische kusten van Noord-Amerika, van Californië tot Alaska, en van Noordoost-Azië, zuidelijk tot Japan en China.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De meeste kans is in de winter op rotskusten en pieren tussen Tijuana en Ensenada en bij de eilanden ervoor. Let tussen brandts aalscholvers en geoorde aalscholvers op een kleinere, slankere vogel met een dunne snavel en een sterke glans.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De wereldpopulatie is groot. In het gidsgebied een zeldzame wintergast zonder broedpopulatie.

Wetenschappelijke naam

Urile pelagicus | (Pallas, 1811) (GBIF: Phalacrocorax pelagicus)

Pallas beschreef de soort in 1811 als Phalacrocorax pelagicus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Urile werd in 1855 ingevoerd door Bonaparte. Urile gaat vermoedelijk terug op een Russische volksnaam voor de Beringaalscholver (Urile urile); de precieze herkomst is onzeker. pelagicus is Latijn voor 'van de zee', naar zijn leven langs de open kust. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Oost-Kamtsjatka en de Aleoeten.