Alle soorten › Zangvogels › Winterkoningen › Cactuswinterkoning

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Cactuswinterkoning | Campylorhynchus brunneicapillus

Cactus Wren | Matraca del desierto

De cactuswinterkoning is de grootste winterkoning van Noord-Amerika en een kenmerkende vogel van de woestijnen en droge hoogvlakten van het noorden en midden van Mexico. Hij zingt vanaf de top van cactussen en struiken en bouwt opvallende, bolvormige nesten tussen de stekels van cholla's en andere cactussen.

Cactuswinterkoning (Campylorhynchus brunneicapillus)
Foto: Polinova — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een laag, ruw, versnellend tsjar-tsjar-tsjar-tsjar, dat doet denken aan een motor die niet wil aanslaan. Roept daarnaast schurende en klakkende geluiden.

Luister: ZangXC1153771

Opname: Pat Goltz — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

18–19 cm. Kruin donker roodbruin, met een brede witte wenkbrauwstreep. Rug bruin met witte strepen. Keel en borst wit tot vaal beige met dichte zwarte vlekken, die op de bovenborst een donkere plek vormen; buik en flanken warm beige met kleinere vlekken. Vleugels en staart zwart-wit gebandeerd; de buitenste staartpennen hebben witte banden die zichtbaar zijn als de staart gespreid wordt. Snavel vrij lang en licht gebogen. De seksen zijn gelijk; jonge vogels hebben minder en vager gevlekte onderdelen.

Verwarrings­soorten

De amerikaanse spotlijsters met kromme snavel (Toxostoma) zijn groter en missen de witte wenkbrauwstreep en de zwart-witte rugstrepen. De gevlekte winterkoning Campylorhynchus gularis en de boucards winterkoning Campylorhynchus jocosus leven in bos en struikgewas verder zuidelijk en hebben minder vlekken op de borst. De amerikaanse rotswinterkoning Salpinctes obsoletus is kleiner en grijzer, zonder grove vlekken.

Leefgebied

Woestijn en halfwoestijn met cactussen, yucca's en doornige struiken, droog struikgewas, chaparral aan de rand van de woestijn en droog grasland met cactussen; ook in dorpen, tuinen en parken met cactussen. Van zeeniveau tot ongeveer 2000 m. Eet vooral insecten en spinnen, daarnaast zaden en vruchten van cactussen. Gebruikt zijn nesten ook om in te slapen.

Verspreiding en trek

Baja California, Sonora en het noorden en midden van Mexico, over de Chihuahuawoestijn en de centrale hoogvlakte zuidelijk tot ongeveer Jalisco, Guanajuato, Querétaro en Hidalgo, en in het noordoosten tot in Tamaulipas. Buiten het gidsgebied in het zuidwesten van de Verenigde Staten.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de Sonorawoestijn en in Baja California rond nederzettingen geregeld te zien, vaak zingend op de top van een cactus of een paal. De bolvormige nesten in cholla's verraden zijn aanwezigheid ook als hij zich niet laat zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In het grootste deel van het verspreidingsgebied algemeen. In het kustgebied van Zuid-Californië achteruitgegaan door bebouwing en branden.

Wetenschappelijke naam

Campylorhynchus brunneicapillus | (de Lafresnaye, 1835)

De Lafresnaye beschreef de soort in 1835 als Picolaptes brunneicapillus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Campylorhynchus werd in 1824 ingevoerd door Spix. Campylorhynchus is Grieks, van kampulos 'gebogen' en rhunkhos 'snavel', naar de licht gebogen snavel. brunneicapillus is Latijn, van brunneus 'bruin' en capillus 'haar (van het hoofd)', naar de bruine kruin. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit kust van zuidelijk Sonora, Mexico.