Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Chaparralvliegenpikker

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Chaparralvliegenpikker | Camptostoma imberbe

Northern Beardless Tyrannulet | Mosquero lampiño

De chaparralvliegenpikker is een kleine, grijsolijfkleurige tiran met een rommelig kuifje, een vage lichte wenkbrauwstreep en een kleine snavel met een lichte basis. Hij beweegt zich meer als een zanger dan als een vliegenvanger door struiken en boomkronen en wordt vooral opgemerkt door zijn heldere fluitreeks. In het gidsgebied leeft hij van het noorden van Mexico tot het noordwesten van Costa Rica.

Chaparralvliegenpikker (Camptostoma imberbe)
Foto: lwolfartist — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een reeks heldere, dalende fluittonen die in snelheid toeneemt, en een helder, opwaarts pie-ie-uut.

Luister: ZangXC925386

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm, met een vrij lange staart en een korte, kleine snavel met een oranjeachtige tot roze basis van de ondersnavel. Kruin bruingrijs met een kleine, vaak opgezette kuif. Smalle, lichte wenkbrauwstreep en een lichte oogring. Bovendelen grijsachtig olijf; vleugels donkerder met twee vale, beige tot geelachtige vleugelstrepen. Keel en borst lichtgrijs, buik vaalgeel tot witachtig. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De geelkeelvliegenpikker Camptostoma obsoletum uit Costa Rica en Panama heeft gelere onderdelen, een duidelijkere kuif en meer opvallende vleugelstrepen; de twee soorten overlappen nauwelijks. De muisgrijze vliegenpikker Nesotriccus murinus is groter, met een langere snavel en zonder kuif. De noordelijke struikvliegenpikker Sublegatus arenarum is groter, met een donkerder, kort snaveltje en een grijzere borst die scherp afsteekt tegen de gele buik.

Leefgebied

Halfopen droog terrein met struiken en bomen: droogbos, doornstruweel, mesquite- en oeverbos langs rivieren, bosranden, galerijbos en tuinen. Zoekt insecten en spinnen tussen bladeren en twijgen, vaak al fladderend; eet ook kleine bessen.

Verspreiding en trek

Van het noorden van Mexico, vanaf Sonora en Tamaulipas, langs beide kusten en in de laaglanden zuidwaarts, inclusief het schiereiland Yucatán, door Belize, Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua tot het noordwesten van Costa Rica. Buiten het gidsgebied in het zuiden van Arizona en het zuiden van Texas, waar een deel van de vogels 's winters wegtrekt.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In grote delen van het Mexicaanse laagland algemeen in droog struikgewas en langs rivieren. De heldere, dalende fluitreeks is vaak de eerste aanwijzing; daarna valt het vogeltje met het kuifje en de lichte snavelbasis te zoeken in de lagere boomkronen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen en wijdverbreid in droog, halfopen terrein en goed bestand tegen door mensen veranderd landschap.

Wetenschappelijke naam

Camptostoma imberbe | Sclater, 1857

Sclater beschreef de soort in 1857 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Camptostoma voerde hij in datzelfde werk in. Camptostoma is Grieks, van kamptos 'gebogen' en stoma 'mond', naar de gebogen snavelrug. imberbe is Latijn voor 'baardloos' (imberbis), naar het ontbreken van duidelijke borstelveren bij de snavelbasis. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit omgeving van San Andrés Tuxtla, Veracruz, Mexico.