Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Chocósirystestiran
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Chocósirystestiran | Sirystes albogriseus
Choco Sirystes | Sirystes del Chocó
De chocósirystestiran is een middelgrote, grijs-zwart-witte tiran van de kronen van vochtig laaglandbos. Hij lijkt in bouw op een kuiftiran, maar valt op door de zwarte kap en het contrast tussen de grijze rug, de witte stuit en de zwarte vleugels en staart. In het gidsgebied komt hij alleen in het oosten van Panama voor.
Geluid
Luide, herhaalde, wat rollende fluittonen, vaak in korte reeksen, die ver dragen door het bos.
Opname: Patricio Mena Valenzuela — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
18 cm, met een licht kuifje en een vrij korte, donkere snavel. Kruin zwart, scherp afgetekend tegen de grijze zijkant van de kop. Rug grijs, stuit witachtig. Vleugels zwart met witachtige randen aan de dekveren en binnenste slagpennen; staart zwart. Onderdelen lichtgrijs, naar de buik toe witachtig. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.
Verwarringssoorten
Kuiftirannen Myiarchus hebben een bruinachtige kop zonder zwarte kap, roodbruin in vleugels of staart en vaak een gele buik. Het mannetje van de witvleugelbekarde Pachyramphus polychopterus is kleiner en gedrongener, met een zwarte rug en een kortere, dikkere snavel. De grijze koningstiran Tyrannus dominicensis heeft een donkere oogmaskerstreep in plaats van een zwarte kap en zit meestal open op draden en dode takken.
Leefgebied
Kronen en bovenste lagen van vochtig, altijdgroen laagland- en voetheuvelbos, ook hoge bosranden en open plekken met grote bomen. Zoekt hoog in de bomen naar grote insecten, die hij met korte uitvallen van bladeren en takken pakt, en sluit zich vaak aan bij gemengde groepen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied alleen in het oosten van Panama, vooral in Darién en het oosten van de provincie Panamá. Buiten het gidsgebied in het Chocó-gebied van het westen van Colombia en het noordwesten van Ecuador.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Te zoeken in groot laaglandbos in Darién. Let hoog in de kronen op de luide fluittonen en op een grijze vogel met een zwarte kap tussen gemengde groepen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd volgens de IUCN, maar beperkt tot het laaglandbos van het Chocó-gebied en Darién en daardoor gevoelig voor ontbossing. Vrij schaars en weinig gezien.
Wetenschappelijke naam
Sirystes albogriseus | (Lawrence, 1863) (GBIF: Sirystes sibilator)
Lawrence beschreef de soort in 1863 als Lipaugus albogriseus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sirystes werd in 1860 ingevoerd door Cabanis & Heine. Sirystes is Grieks suristēs 'fluitspeler', van surizō 'op de herdersfluit spelen', naar de fluitende roep. albogriseus is Latijn, van albus 'wit' en griseus 'grijs', naar het wit-grijze verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Lion Hill aan de spoorlijn over de landengte, Panama.


