Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Rosse treurtiran

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Rosse treurtiran | Rhytipterna holerythra

Rufous Mourner | Plañidera alazán

De rosse treurtiran is een egaal roodbruine tiran van het middenniveau van vochtig laagland- en voetheuvelbos. Hij zit lang stil en wordt vooral opgemerkt aan zijn trage, klaaglijke fluittonen. In het gidsgebied leeft hij van het zuidoosten van Mexico tot Panama.

Rosse treurtiran (Rhytipterna holerythra)
Foto: Félix Uribe from Rionegro, Antioquia, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een trage, klaaglijke, fluitende reeks van twee of drie tonen, ongeveer wie-oe, wie-oe-wiet, met lange pauzes herhaald. Ook een korte, wat schorre roep.

Luister: ZangXC1157805

Opname: Michael Castaño — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

20 cm, slank, met een ronde kop, grote donkere ogen en een vrij smalle, donkere snavel met een iets haakvormige punt. Bovendelen egaal warm roodbruin, vleugels en staart iets donkerder. Onderdelen lichter, kaneelkleurig, vooral op keel en buik. Geen vleugelstrepen of vlekken. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De rosse piha Lipaugus unirufus lijkt er sterk op, maar is groter en forser, met een iets lichtere keel en een luide, explosieve roep. De kaneelbekarde Pachyramphus cinnamomeus is kleiner, met een donkere teugel, een lichte streep erboven en een dikkere snavel. De geelpluimtreurtiran Laniocera rufescens heeft rijen kaneelkleurige vlekken op de vleugeldekveren. De goudstuitattila Attila spadiceus heeft een lichtgele stuit, een forse, haakvormige snavel en vaak een gestreepte borst.

Leefgebied

Middenniveau en lage kronen van vochtig, altijdgroen laagland- en voetheuvelbos, ook oud secundair bos en bosranden, van het laagland tot ongeveer 1200 m. Eet grote insecten en vruchten, die hij met korte uitvallen van bladeren en takken pakt. Sluit zich soms aan bij gemengde groepen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Zuidoosten van Mexico, door Guatemala, Belize, Honduras en Nicaragua, vooral aan de Caribische kant, tot Costa Rica en Panama, waar hij aan beide kanten voorkomt. Buiten het gidsgebied in het westen en noorden van Colombia en het noordwesten van Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te vinden op de trage, fluitende zang in groot bos; daarna het middenniveau afzoeken naar een stilzittende, egaal roodbruine vogel. Langs de Camino del Oleoducto (Pipeline Road) in Panama wordt hij geregeld gezien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen in groot, vochtig bos; gevoelig voor ontbossing, maar houdt zich ook in oud secundair bos.

Wetenschappelijke naam

Rhytipterna holerythra | (Sclater & Salvin, 1860)

Sclater & Salvin beschreef de soort in 1860 als Lipaugus holerythrus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Rhytipterna werd in 1850 ingevoerd door Reichenbach. Rhytipterna is Grieks, van rhutis 'rimpel' en pterna 'hiel', naar de groeven die Reichenbach afbeeldde op de achterkant van het loopbeen. holerythra is Grieks, van holos 'geheel' en eruthros 'rood': 'geheel rood(bruin)', naar het egaal roestbruine verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Choctum, Alta Verapaz, Guatemala.