Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Gierzwaluwen › Diadeemgierzwaluw

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Diadeemgierzwaluw | Cypseloides cherriei

Spot-fronted Swift | Vencejo frentipunteado

De diadeemgierzwaluw is een kleine, donkere gierzwaluw van de bergen van Costa Rica en het westen van Panama en verder van de Andes en de kustgebergten van noordelijk Zuid-Amerika. Hij is genoemd naar de witte vlekjes op voorhoofd en kop, die alleen van dichtbij te zien zijn. Lange tijd was de soort uit Costa Rica slechts van enkele vondsten bekend; door betere kennis van nestplaatsen achter watervallen en meer foto's wordt hij nu geregeld vastgesteld.

Diadeemgierzwaluw (Cypseloides cherriei)
Foto: Steven Perez — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een droge, scherpe tsjilp en kort gekwetter, vooral bij de nestplaats; slecht bekend.

Luister: VluchtroepXC544528

Opname: Nunes-de-Almeida — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm, vrij klein en compact, egaal zwartbruin, met brede vleugels en een korte, recht afgesneden staart. Op het voorhoofd en de teugel zitten witte vlekjes die samen een witte zone vormen, en achter en onder het oog zit een kleine witte vlek; dit 'diadeem' is alleen van dichtbij of op foto's te zien. Mannetje en vrouwtje lijken op elkaar; bij jonge vogels zijn de witte vlekken kleiner en hebben de veren van de onderdelen lichte randjes.

Verwarrings­soorten

De witkingierzwaluw Cypseloides cryptus is groter en zwaarder, met een witte kin maar zonder witte vlek achter het oog. De zwarte gierzwaluw Cypseloides niger is groter, met langere vleugels en een langere staart. Vrouwtjes en jongen van de bruinkraaggierzwaluw Streptoprocne rutila zonder kraag zijn even groot, maar hebben een donker voorhoofd en een iets langere staart. Chaetura-gierzwaluwen, zoals de costaricaanse gierzwaluw Chaetura fumosa en de grijsstuitgierzwaluw Chaetura cinereiventris, zijn kleiner, met een lichte stuit en een kortere staart met stekelpunten.

Leefgebied

Jaagt boven bergregenwoud, heuvelbos en valleien in de bergen, ongeveer tussen 700 en 2000 m. Eet vliegende insecten. Broedt op vochtige, met mos begroeide rotswanden achter of naast watervallen, vaak in de nevel van het vallende water; het nest is een kom van mos en varens met modder.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied in de bergen van Costa Rica, zowel aan de Caribische als aan de Pacifische kant, in de Cordillera de Tilarán, de Cordillera Central en de Talamanca, en in het westen van Panama in Chiriquí en Bocas del Toro. Er zijn ook enkele meldingen uit Darién. Buiten het gidsgebied plaatselijk in Colombia, Venezuela en Ecuador, met enkele waarnemingen in Peru.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De beste kansen zijn bij watervallen in de bergen van Costa Rica, waar de vogels in de schemering bij de nestplaatsen binnenkomen, bijvoorbeeld in de omgeving van de Poásvulkaan en in de dalen van de Cordillera Central. Tussen groepen gierzwaluwen is de soort zonder foto vrijwel niet te herkennen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een versnipperd verspreidingsgebied en is overal schaars en weinig onderzocht. Verstoring van watervallen, onder meer door waterkrachtcentrales en toerisme, kan plaatselijk een risico zijn.

Wetenschappelijke naam

Cypseloides cherriei | Ridgway, 1893

Ridgway beschreef de soort in 1893 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Cypseloides werd in 1848 ingevoerd door Streubel. Cypseloides combineert Cypselus, een oude geslachtsnaam voor gierzwaluwen (Grieks kupselos), met het Griekse -oidēs 'lijkend op': 'gierzwaluwachtig'. cherriei eert de Amerikaanse natuuronderzoeker en verzamelaar George K. Cherrie (1865–1948), die lang in Costa Rica werkte. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Volcán Irazú, Costa Rica.