Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Gierzwaluwen › Witkingierzwaluw
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores
Witkingierzwaluw | Cypseloides cryptus
White-chinned Swift | Vencejo barbiblanco
De witkingierzwaluw is een stevige, donkere gierzwaluw die in het gidsgebied van Belize tot Panama zeer plaatselijk voorkomt. Hij jaagt vaak tussen andere gierzwaluwen boven bebost heuvelland en broedt achter watervallen. De witte kin waaraan hij zijn naam dankt is in het veld bijna nooit te zien, zodat veel vogels onopgemerkt blijven of niet op soort te brengen zijn.
Geluid
Een scherpe, droge tsjilp, tsjip, soms in snelle reeksen, en een kort gekwetter in groepen; slecht bekend.
Opname: Otte Ottema — CC BY-NC-SA 3.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
14–15 cm, stevig gebouwd, met een groot hoofd, brede vleugels die bij de basis breed zijn en een korte, recht afgesneden staart. Het verenkleed is egaal donker roetbruin, met een kleine witte of witachtige vlek op de kin en vaak een iets lichter voorhoofd; de kinvlek is alleen van dichtbij te zien. Mannetje en vrouwtje lijken op elkaar; jonge vogels hebben witachtige randjes aan de veren van buik en onderstaart. De vlucht is krachtig, met snelle, ondiepe vleugelslagen afgewisseld met korte glijvluchten.
Verwarringssoorten
De zwarte gierzwaluw Cypseloides niger is slanker, met smallere, langere vleugels en een langere staart. De diadeemgierzwaluw Cypseloides cherriei in Costa Rica en Panama is kleiner, met witte vlekjes op voorhoofd en achter het oog. Vrouwtjes en jongen van de bruinkraaggierzwaluw Streptoprocne rutila zonder kraag hebben een iets langere staart en zijn slanker. Chaetura-gierzwaluwen, zoals de grijsstuitgierzwaluw Chaetura cinereiventris, zijn kleiner, met een lichte stuit en een kortere staart met stekelpunten.
Leefgebied
Jaagt boven vochtig laaglandbos, heuvelbos en bergregenwoud, boven rivierdalen en open plekken bij bos, vooral tussen ongeveer 300 en 1500 m, maar bij slecht weer ook boven het laagland. Eet vliegende insecten. Broedt op vochtige richels achter of naast watervallen en in kloven; het nest is een kom van mos en varens met modder.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Zeer plaatselijk aan de Caribische kant van Midden-Amerika. Waarnemingen uit Belize, vooral uit de Maya Mountains in Cayo, uit het noorden van Honduras (Atlántida), het oosten en zuiden van Nicaragua, Costa Rica en Panama, daar vooral in Bocas del Toro en Chiriquí en verder verspreid tot Darién. Uit Guatemala zijn enkele waarnemingen bekend. In Costa Rica zowel aan de Caribische als aan de Pacifische kant van de bergen. Buiten het gidsgebied plaatselijk van Colombia, Venezuela en de Guyana's tot Peru en Bolivia.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Groepen donkere gierzwaluwen boven beboste valleien bij watervallen goed bekijken, bijvoorbeeld in de Maya Mountains van Belize, in de heuvels van Bocas del Toro of rond de vulkanen en voetheuvels van Costa Rica. De gedrongen bouw, het grote hoofd en de korte, rechte staart zijn de beste kenmerken; zekerheid geeft meestal alleen een scherpe foto.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort heeft een groot, versnipperd verspreidingsgebied en is overal schaars of slecht bekend. Ontbossing van heuvelland rond broedplaatsen kan plaatselijk een risico zijn.
Wetenschappelijke naam
Cypseloides cryptus | Zimmer, 1945
Zimmer beschreef de soort in 1945 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Cypseloides werd in 1848 ingevoerd door Streubel. Cypseloides combineert Cypselus, een oude geslachtsnaam voor gierzwaluwen (Grieks kupselos), met het Griekse -oidēs 'lijkend op': 'gierzwaluwachtig'. cryptus komt van het Griekse kruptos 'verborgen'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Inca-mijn, Río Távara, Peru.




