Alle soorten › Zangvogels › Manakins › Fluweelmanakin

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Fluweelmanakin | Lepidothrix velutina

Velvety Manakin | Saltarín coroniceleste

De fluweelmanakin is een zeer kleine Lepidothrix-manakin van de ondergroei van vochtig laaglandbos. Het mannetje is fluweelzwart met een lichtblauwe kruin; het vrouwtje is grasgroen. Mannetjes zingen en baltsen in verspreide groepen laag in het bos. In het gidsgebied leeft hij in het zuidwesten van Costa Rica en in Panama.

Fluweelmanakin (Lepidothrix velutina)
Foto: Jorge Obando — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zacht, rollend en wat schor tsjie-wrrr of trrrr, vaak herhaald vanaf een vaste zangpost. Bij de balts ook zoemende tonen.

Luister: OpnameiNaturalist

Opname: Mabelin — CC BY-NC 4.0 · omgezet naar mono · iNaturalist

Herkenning

9 cm. Zeer klein en gedrongen, met een korte staart en een korte, donkere snavel. Mannetje egaal fluweelzwart met een helder hemelsblauwe kruin. Vrouwtje helder grasgroen, onderaan lichter met een geelachtig groene buik; jonge mannetjes zijn groen met al een blauwige kruin. Poten donkergrijs.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de witkraagmanakin Corapipo altera heeft een witte keel en geen blauw op de kop. Mannetjes van de geelbroekmanakin Ceratopipra mentalis en de goudkopmanakin Ceratopipra erythrocephala zijn zwart met een rode of gouden kop. Het vrouwtje lijkt op dat van de geelbroekmanakin, dat doffer olijfgroen is, en op de chocómanakin Cryptopipo litae, die groter is, langer gestaart en donkerder mosgroen.

Leefgebied

Ondergroei van vochtig, altijdgroen laagland- en voetheuvelbos en oud secundair bos, tot ongeveer 1000 m. Eet kleine vruchten en insecten, die in korte vlucht worden geplukt. Mannetjes baltsen in verspreide groepen, elk op een eigen plek laag in de ondergroei, met korte, zoemende vluchten tussen dunne takken. Het vrouwtje bouwt het nest en broedt alleen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Pacifische laaglanden van het zuidwesten van Costa Rica (vooral rond de Golfo Dulce en op het schiereiland Osa) en het westen van Chiriquí; in het midden en oosten van Panama aan beide kanten, oostwaarts tot Darién en Guna Yala. Buiten het gidsgebied in het westen van Colombia en het noordwesten van Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Gewoon langs de Camino del Oleoducto (Pipeline Road) in het Nationaal Park Soberanía in Panama en in Corcovado op het schiereiland Osa in Costa Rica. Het rollende tsjie-wrrr verraadt de mannetjes.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd als aparte soort; de IUCN rekent hem tot een ruimer opgevatte Lepidothrix coronata, die niet bedreigd is. In het gidsgebied algemeen in vochtig bos, maar afhankelijk van bos met een dichte ondergroei.

Wetenschappelijke naam

Lepidothrix velutina | (Berlepsch, 1883) (GBIF: Lepidothrix coronata)

Berlepsch beschreef de soort in 1883 als Pipra velutina; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Lepidothrix werd in 1854 ingevoerd door Bonaparte. Lepidothrix is Grieks, van lepis, lepidos 'schub' en thrix 'haar', naar de schubachtige, glanzende kruinveren. velutina is modern Latijn voor 'fluwelig', naar het fluweelzwarte verenkleed van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Veraguas, Panama.