Alle soorten › Zangvogels › Manakins › Chocómanakin

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Chocómanakin | Cryptopipo litae

Choco Manakin | Saltarín del Chocó

De chocómanakin is een egaal groene, vrij grote manakin zonder kleurvlakken, waarbij mannetje en vrouwtje vrijwel gelijk zijn. Hij leeft in de ondergroei van vochtig bos van de Chocó-regio en is onopvallend en weinig bekend. In het gidsgebied komt hij alleen in het oosten van Panama voor, aan de rand van zijn verspreidingsgebied.

Chocómanakin (Cryptopipo litae)
Foto: Nick Athanas — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Weinig vocaal en slecht bekend. Vermeld worden zachte, hoge fluittonen en een korte, droge roep.

Luister: OpnameiNaturalist

Opname: Mailer Mosquera — CC BY-NC 4.0 · Omgezet naar mp3, mono, ongewijzigde lengte · iNaturalist

Herkenning

12–13 cm. Vrij groot voor een manakin, met een betrekkelijk lange staart en een korte, donkere snavel. Bovendelen egaal donker mosgroen, vleugels en staart iets donkerder zonder vleugelstrepen. Onderdelen olijfgroen, naar de buik toe lichter en iets geler. Oog donker, poten grijs. Mannetje en vrouwtje zijn in het veld nauwelijks te onderscheiden.

Verwarrings­soorten

Het vrouwtje van de fluweelmanakin Lepidothrix velutina is kleiner, korter gestaart en helderder grasgroen, met een gelere buik. Het vrouwtje van de witkraagmanakin Corapipo altera is kleiner en heeft een grijze keel. De okerbuikpipratiran Mionectes oleagineus heeft een okerkleurige buik en tikt voortdurend met één vleugel; de olijfstreeppipratiran Mionectes olivaceus heeft een gestreepte onderzijde en een lichte vlek achter het oog.

Leefgebied

Ondergroei en lage middenlaag van vochtig, oud laagland- en voetheuvelbos, vooral in de heuvels, tot ongeveer 1500 m. Eet kleine vruchten en insecten en komt naar vruchtdragende struiken, soms samen met andere manakins. Over balts en broedgedrag is weinig bekend.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Oosten van Panama: Darién (onder meer Cerro Pirre) en Guna Yala, met enkele meldingen in het oosten van de provincie Panamá. Buiten het gidsgebied in het westen van Colombia en het noordwesten van Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het meest gemeld rond Cana op de hellingen van Cerro Pirre in Darién en bij Nusagandi. Het best te vinden bij vruchtdragende struiken in de ondergroei van oud bos.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In het gidsgebied schaars en plaatselijk; afhankelijk van aaneengesloten vochtig bos, dat in het oosten van Panama door ontbossing achteruitgaat.

Wetenschappelijke naam

Cryptopipo litae | (Hellmayr, 1906) (GBIF: Xenopipo holochlora)

Hellmayr beschreef de soort in 1906 als Chloropipo holochlora litae; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cryptopipo werd in 2013 ingevoerd door Ohlson, Fjeldså & Ericson. Cryptopipo is Grieks kruptos 'verborgen' met pipo 'manakin', naar het onopvallende uiterlijk en de lang verborgen gebleven verwantschap. litae verwijst naar Lita in Imbabura, Ecuador, de vindplaats van het typeexemplaar. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Lita, Imbabura, Ecuador.