Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Geelkapbreedbektiran

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Geelkapbreedbektiran | Platyrinchus coronatus

Golden-crowned Spadebill | Picochato coronidorado

De geelkapbreedbektiran is de kleinste breedbektiran van het gidsgebied: een olijfgroen bolletje met een zeer brede snavel, een geblokt gezicht en een roodbruine kruin met een gele middenstreep. Hij leeft in de ondergroei van vochtig laaglandbos. In het gidsgebied komt hij voor van Honduras tot Panama.

Geelkapbreedbektiran (Platyrinchus coronatus)
Foto: Anthony Batista — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zeer hoge, ijle, zoemende triller, die aan een insect doet denken en gemakkelijk over het hoofd wordt gezien.

Luister: ZangXC854932

Opname: Guilherme Melo — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

9 cm. Zeer klein, rond, met een grote kop en een stomp staartje. Kruin roodbruin, aan weerszijden zwart afgezet; het mannetje heeft een gele middenkruin, die bij het vrouwtje kleiner of afwezig is. Gezicht geelachtig met een donkere vlek achter het oog en een donkere halvemaan op de oorstreek. Bovendelen olijfgroen. Keel witachtig, borst olijfgeel, buik geel. Snavel zeer breed en plat.

Verwarrings­soorten

De kortstaartbreedbektiran Platyrinchus cancrominus en de witkeelbreedbektiran Platyrinchus mystaceus zijn groter en bruiner, met een olijfbruine kruin zonder roodbruin en een bruinachtige borst. De zwartkapdwergtiran Myiornis atricapillus is nog kleiner, heeft een zwarte kop en een smalle snavel.

Leefgebied

Ondergroei en lage middenlaag van vochtig, altijdgroen laagland- en heuvelbos, vooral in oud bos met een open ondergroei, meestal beneden ongeveer 1000 m. Zit stil op een dun takje en schiet omhoog naar de onderkant van bladeren om insecten te pakken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Caribische kant van Honduras, Nicaragua en Costa Rica, in het zuidwesten van Costa Rica ook aan de Pacifische kant; in Panama aan beide kanten tot in Darién. Buiten het gidsgebied in het westen van Colombia en Ecuador en in een groot deel van het Amazonegebied.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Te vinden langs paden door oud laaglandbos, bijvoorbeeld bij La Selva in Costa Rica en langs de Camino del Oleoducto (Pipeline Road) in Panama. Let op de hoge, zoemende triller vlak boven de grond.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen maar onopvallend in oud laaglandbos; gevoelig voor kap en versnippering van het bos.

Wetenschappelijke naam

Platyrinchus coronatus | Sclater, 1858

Sclater beschreef de soort in 1858 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Platyrinchus werd in 1805 ingevoerd door Desmarest, A-G. Platyrinchus is Grieks, van platus 'breed' en rhunkhos 'snavel', naar de opvallend brede, platte snavel. coronatus is Latijn voor 'gekroond', naar de goudgele kruinvlek. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Río Napo, Ecuador.