Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Witkeelbreedbektiran

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Witkeelbreedbektiran | Platyrinchus mystaceus

White-throated Spadebill | Picochato goliblanco

De witkeelbreedbektiran is een klein, olijfbruin Platyrinchus-tirannetje met een zeer brede snavel, een bont gezichtje en een witte keel. In het gidsgebied is hij een vogel van de ondergroei van heuvel- en bergbos in Costa Rica en Panama. Het is een wijdverspreide soort die tot ver in Zuid-Amerika voorkomt.

Witkeelbreedbektiran (Platyrinchus mystaceus)
Foto: Hector Bottai — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, scherp squiep en een hoge, ijle triller die eerst stijgt en dan wegzakt.

Luister: ZangXC1177512

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10 cm. Rond en grootkoppig met een kort staartje. Bovendelen olijfbruin, kruin iets donkerder; het mannetje heeft een verborgen gele kruinvlek. Gezicht met lichte teugel en oogring, een donkere halvemaanvormige vlek op de oorstreek en een donkere kaakstreep. Keel helder wit, borst bruinachtig olijf, buik lichter geelachtig. Snavel zeer breed en plat, onderkant licht.

Verwarrings­soorten

De kortstaartbreedbektiran Platyrinchus cancrominus lijkt sterk, maar leeft in laaglandbos van het zuiden van Mexico tot het noordwesten van Costa Rica, heeft een nog korter staartje en is bruiner van boven. De geelkapbreedbektiran Platyrinchus coronatus is kleiner, heeft een roodbruine kruin en leeft vooral in het laagland.

Leefgebied

Ondergroei van vochtig heuvel- en bergbos, vooral tussen ongeveer 700 en 2100 m, ook in oud secundair bos met een dichte ondergroei. Zit stil op een dun takje laag in het bos en schiet naar de onderkant van bladeren om insecten te pakken. Bouwt een klein komvormig nest in een vork laag in het struikgewas.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Heuvel- en bergbos van Costa Rica en Panama, oostwaarts tot in Darién. Buiten het gidsgebied in grote delen van Zuid-Amerika, van Colombia en Venezuela tot in Bolivia, het noordoosten van Argentinië en het zuidoosten van Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op wandelpaden door bergbos in Costa Rica en West-Panama vaak het eerst op te merken aan het scherpe piepje. Een zittende vogel valt op door de witte keel in het halfdonker.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen in passend bos. De taxonomie is in beweging: de Midden-Amerikaanse vogels worden door sommige auteurs bij een afzonderlijke soort ingedeeld.

Wetenschappelijke naam

Platyrinchus mystaceus | Vieillot, 1818

Vieillot beschreef de soort in 1818 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Platyrinchus werd in 1805 ingevoerd door Desmarest, A-G. Platyrinchus is Grieks, van platus 'breed' en rhunkhos 'snavel', naar de opvallend brede, platte snavel. mystaceus is nieuw-Latijn voor 'met snor', van Grieks mustax 'snor', naar de donkere wangstreep; Azara noemde hem 'Bigotillos'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit San Ignacio Guazú, Paraguay.