Alle soorten › Nachtzwaluwachtigen › Nachtzwaluwen › Gevlekte poorwill

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Gevlekte poorwill | Nyctiphrynus ocellatus

Ocellated Poorwill | Chotacabras ocelado

De gevlekte poorwill is een kleine, donkere nachtzwaluw van vochtig laaglandbos, genoemd naar de rijen zwart omrande witte vlekken op de schouders en vleugeldekveren. In het gidsgebied leeft hij alleen aan de Caribische kant van het oosten van Honduras, Nicaragua en het noorden van Costa Rica, ver gescheiden van de vogels in Zuid-Amerika. Hij is vooral aan zijn zang te vinden, die in de droge tijd het meest te horen is.

Gevlekte poorwill (Nyctiphrynus ocellatus)
Foto: Hector Bottai — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een zachte, fluitende, wat trillende roep, ongeveer poe-rieeoo, die met tussenpozen wordt herhaald, vooral in de schemering en bij maanlicht. De precieze vorm verschilt per streek en is uit het gidsgebied weinig vastgelegd.

Luister: ZangXC1153172

Opname: Fabio Schunck — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–23 cm. Een kleine, compacte nachtzwaluw met een vrij korte, afgeronde staart en een grote kop. Het verenkleed is donker roodbruin tot zwartbruin, fijn gevermiculeerd, zonder de grove marmering van de meeste nachtzwaluwen. Op de schouders en de vleugeldekveren liggen rijen kleine witte vlekken met een zwarte rand; ook op de buik staan witte vlekjes. Over de keel loopt een smalle witte band. De staartpennen, behalve het middelste paar, hebben smalle witte toppen. De vleugels missen een witte band. Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar heeft smallere en minder heldere witte staarttoppen.

Verwarrings­soorten

De pauraque Nyctidromus albicollis is groter en lichter grijsbruin, met een lange staart en bij het mannetje een brede witte band in de vleugel. De rosse nachtzwaluw Antrostomus rufus en de carolinanachtzwaluw Antrostomus carolinensis zijn groter, warmer roestbruin gemarmerd en missen de rijen witte vlekken. De kortstaartnachtzwaluw Lurocalis semitorquatus heeft lange, spitse vleugels en jaagt in vlucht boven het kronendak. De Yucatánpoorwill Nyctiphrynus yucatanicus en de Mexicaanse poorwill Nyctiphrynus mcleodii lijken in bouw op de gevlekte poorwill, maar leven ver buiten zijn verspreidingsgebied.

Leefgebied

Vochtig laaglandbos en heuvelbos, ook hoog secundair bos, open plekken in het bos en bosranden langs rivieren; in het gidsgebied vooral beneden ongeveer 900 m. Zit overdag op de grond of laag op een tak in het bos. Jaagt 's nachts vanaf een lage tak of de grond op vliegende insecten in open plekken en langs paden. Legt de eieren zonder nest op de strooisellaag.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied in het laagland en de uitlopers aan de Caribische kant van het oosten van Honduras (Gracias a Dios, Olancho), in Nicaragua en in het noorden van Costa Rica, vooral op de Caribische hellingen van de Cordillera de Guanacaste. Daar leeft de ondersoort N. o. lautus. Buiten het gidsgebied in Zuid-Amerika, van Colombia en het Amazonegebied tot het oosten van Paraguay, het noordoosten van Argentinië en het zuidoosten van Brazilië.

  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De beste kans is bij het biologisch station Pitilla in het Área de Conservación Guanacaste in Costa Rica en in de Moskitia in Honduras. De vogels zijn vooral in de droge tijd, van februari tot april, aan de zang te vinden; in het lamplicht licht het oog oranjerood op.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wereldwijd wijd verbreid, maar in het gidsgebied schaars, plaatselijk en slecht bekend. De soort is afhankelijk van aaneengesloten vochtig bos, dat in het oosten van Honduras en Nicaragua door ontbossing voor veeteelt achteruitgaat.

Wetenschappelijke naam

Nyctiphrynus ocellatus | (Tschudi, 1844)

Tschudi beschreef de soort in 1844 als Caprimulgus ocellatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Nyctiphrynus werd in 1857 ingevoerd door Bonaparte. Nyctiphrynus is Grieks, van nux, nuktos 'nacht' en phrunē 'pad': 'nachtpad', naar de brede bek en het nachtelijke leven. ocellatus is Latijn voor 'met oogvlekjes', naar de witte vlekjes op de vleugeldekveren. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Peru.