Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Goudstaartsaffierkolibrie

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Goudstaartsaffierkolibrie | Chlorestes eliciae

Blue-throated Sapphire | Zafiro garganta azul

De goudstaartsaffierkolibrie is een kleine kolibrie met een rode snavel, een glanzend goudkoperen staart en bij het mannetje een violetblauwe keel. Hij komt voor van het zuiden van Mexico tot Panama en het noordwesten van Colombia, vooral langs bosranden en in galerijbos in het laagland. In Costa Rica is hij aan de Pacifische kant vrij algemeen.

Goudstaartsaffierkolibrie (Chlorestes eliciae)
Foto: Roger MacKertich — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een droog tsjik en een zang van hoge, dunne en wat schurende tonen, vaak vanaf een zitplaats in de ondergroei.

Luister: ZangXC1016698

Opname: Stephan Risch — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

8–9 cm, met een rechte rode snavel met zwarte punt. Het mannetje is groen van boven, met een glinsterend violetblauwe kin en keel, een groene borst en een grijzige buik; de stuit en staart zijn goudkoper tot bronsgoud en glanzen sterk bij invallend licht. Het vrouwtje heeft een kleinere, minder blauwe keelvlek en lichtere, grijzige onderdelen, met dezelfde goudkoperen staart.

Verwarrings­soorten

De roodstaartamazilia Amazilia tzacatl is groter, met een groene keel en een roodbruine staart. De humboldts saffierkolibrie Chrysuronia humboldtii leeft alleen in de mangroven van Darién en heeft bovendien een blauwe kruin en een bronsgroene staart. De saffierkeelkolibrie Chrysuronia coeruleogularis heeft een gevorkte, donkere staart.

Leefgebied

Randen van vochtig en droger laaglandbos, galerijbos, secundair bos, struweel en tuinen, van zeeniveau tot ongeveer 1000 m. Foerageert vooral op de lagere hoogten, vaak bij bloeiende struiken en kruiden in de schaduw.

Verspreiding en trek

Vanaf het zuiden van Mexico in Chiapas (zeldzaam in Tabasco) via Guatemala, Belize (zeldzaam), El Salvador, Honduras, Nicaragua en Costa Rica tot Panama, op beide hellingen maar aan de Pacifische kant het meest. In Panama plaatselijk tot in Darién. Buiten het gidsgebied in het noordwesten van Colombia.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Langs bosranden en galerijbos aan de Pacifische kant van Costa Rica, bijvoorbeeld in het nationale park Carara, bij bloeiende struiken in de halfschaduw. De goudkoperen staart valt het meest op als de vogel wegvliegt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In grote delen van het verspreidingsgebied vrij algemeen, in het noorden schaarser. De soort verdraagt secundair bos en halfopen terrein.

Wetenschappelijke naam

Chlorestes eliciae | (Bourcier & Mulsant, 1846)

Bourcier & Mulsant beschreef de soort in 1846 als Trochilus Eliciae; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chlorestes werd in 1854 ingevoerd door Reichenbach. Chlorestes is Grieks, van khlōros 'groen' en esthēs 'kleding': 'in het groen gekleed'. eliciae eert Claudine Hélène Elicia Alain, geboren Bourcier (1821–1902), dochter van de Franse kolibriekenner Jules Bourcier. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit onbekend.