Alle soorten › Zangvogels › Vireo's › Grijze vireo

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Grijze vireo | Vireo vicinior

Grey Vireo | Vireo gris

De grijze vireo is een effen grijze vireo van droog struweel en open bergbos in het noorden van Mexico. Hij beweegt de lange staart vaak heen en weer, een beetje zoals een muggenvanger. In de winter trekt hij naar woestijnstruweel in het noordwesten van Mexico.

Grijze vireo (Vireo vicinior)
Foto: USFWS Mountain Prairie — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks korte, wat schorre, tjilpende frasen die snel na elkaar komen. Roept met een droog, schel gekwetter.

Luister: ZangXC915550

Opname: Matt Wistrand — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm. Bovendelen effen grijs, onderdelen grijswit. Smalle witte oogring en lichte teugel, geen opvallende bril. Op de vleugel één zwakke, lichte vleugelstreep. Staart vrij lang. Snavel vrij dik, donker.

Verwarrings­soorten

De loodkleurige vireo Vireo plumbeus is iets groter, met een duidelijke witte bril en twee witte vleugelstrepen. Bells vireo Vireo bellii is kleiner, met twee vleugelstrepen en vaak een groenige of geelachtige zweem op rug en flanken. De blauwgrijze muggenvanger Polioptila caerulea is slanker, met een dunne snavel en een zwart-witte staart.

Leefgebied

Droog struweel op hellingen, chaparral, jeneverbes- en pinyonbos en open eikenstruweel, in het broedseizoen vooral in heuvels en lage bergen. In de winter in woestijnstruweel, waar hij naast insecten veel vruchten eet, vooral van olifantsbomen (Bursera). Nestelt laag in een struik.

Verspreiding en trek

Broedt in het zuidwesten van de Verenigde Staten en in het noorden van Mexico, onder meer in het noorden van Baja California, Sonora, Chihuahua en Coahuila. Overwintert vooral in Sonora en het zuiden van Baja California. Buiten het gidsgebied broedt hij in het zuidwesten van de Verenigde Staten en overwintert hij plaatselijk in het westen van Texas.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek in de winter bij vruchtdragende olifantsbomen in het woestijnstruweel van Sonora. De staartbewegingen helpen bij het herkennen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Plaatselijk en vrij schaars; het broedgebied is versnipperd.

Wetenschappelijke naam

Vireo vicinior | Coues, 1866

Coues beschreef de soort in 1866 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Vireo werd in 1808 ingevoerd door Vieillot. Vireo werd door Latijnse schrijvers gebruikt voor een kleine, groene trekvogel, waarschijnlijk de wielewaal; ook de groenling is voorgesteld. vicinior is Latijn voor 'nader, dichterbij', de vergrotende trap van vicinus 'naburig'; waarom Coues die naam koos, is niet overgeleverd. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Fort Whipple bij Prescott, Arizona, Verenigde Staten.