Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen, sterns en schaarbekken › Grote stern

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Grote stern | Thalasseus sandvicensis

Sandwich Tern | Charrán patinegro

De grote stern is een slanke kuifstern met een dunne zwarte snavel met een gele punt. De Amerikaanse vogels behoren tot de vorm acuflavidus, die door sommige taxonomen als aparte soort wordt gezien. In het gidsgebied broedt hij plaatselijk langs de Golf van Mexico en is hij buiten de broedtijd langs beide kusten tot in Panama te zien, vaak samen met koningssterns.

Grote stern (Thalasseus sandvicensis)
Foto: MPF — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, raspend kirr-ik of kerrrick, hoger en schrapender dan de roep van de koningsstern; vaak in vlucht.

Luister: VluchtroepXC1185441

Opname: Paul Kelly — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

37–43 cm, slank, met smalle, lange vleugels, een korte gevorkte staart en een lange, dunne snavel. De snavel is zwart met een gele punt; de geelsnavelige Cayennevorm eurygnatha uit het zuidelijke Caribisch gebied en Zuid-Amerika, en tussenvormen met een gevlekte snavel, zijn in het gidsgebied zeldzaam. In broedkleed een zwarte kap met een ruige kuif op de achterkop; al vroeg in het seizoen en in de winter is het voorhoofd wit en blijft alleen een zwart gespikkelde achterkop over. De bovendelen zijn zeer lichtgrijs, de onderdelen wit. De poten zijn zwart. Jonge vogels hebben donkere V-vormige vlekjes op rug en vleugels en een kortere, geheel donkere snavel.

Verwarrings­soorten

De koningsstern Thalasseus maximus is duidelijk groter, met een dikke oranje snavel. De sierlijke stern Thalasseus elegans heeft een lange, licht gebogen oranjegele snavel en een langere kuif. De lachstern Gelochelidon nilotica heeft een korte, dikke, geheel zwarte snavel, langere poten en geen kuif. De forsters stern Sterna forsteri is kleiner, met oranje poten en in winterkleed een zwarte oogvlek in plaats van een zwarte achterkop.

Leefgebied

Kustwater, ondiepe baaien, lagunes, riviermondingen en havens; zelden ver op zee of in het binnenland. Vist door vanuit een zoekvlucht in het water te duiken. Rust in groepen op stranden, zandbanken, kades en steigers. Broedt in dichte kolonies op kale eilandjes en zandbanken, vaak samen met koningssterns.

Verspreiding en trek

Broedt plaatselijk op eilandjes langs de Golf van Mexico, onder meer voor de kust van het schiereiland Yucatán. Buiten de broedtijd langs de hele Caribische en Atlantische kust van Mexico tot Panama, en in kleinere aantallen ook langs de Pacifische kust. Buiten het gidsgebied broedt de soort langs de Atlantische kust en de Golfkust van de Verenigde Staten, in het Caribisch gebied en langs de kust van Zuid-Amerika; de nominaatvorm broedt in Europa.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Rustende groepen sterns op stranden, steigers en zandbanken langs de Caribische kust, zoals in Yucatán en Belize, zijn de plek om grote sterns tussen koningssterns te vinden. De dunne zwarte snavel met gele punt is van dichtbij het beslissende kenmerk; de raspende roep verraadt de soort ook in vlucht.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is talrijk, maar broedt in een beperkt aantal grote kolonies op lage eilandjes, die kwetsbaar zijn voor verstoring, het rapen van eieren, ingevoerde roofdieren en overstroming bij stormen.

Wetenschappelijke naam

Thalasseus sandvicensis | (Latham, 1787)

Latham beschreef de soort in 1787 als Sterna sandvicensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Thalasseus werd in 1822 ingevoerd door Boie. Thalasseus is afgeleid van het Oudgriekse thalassa 'zee'. sandvicensis betekent 'van Sandwich', de plaats in het Engelse graafschap Kent waar het beschreven exemplaar vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sandwich in Kent, Engeland.