Alle soorten › Papegaaiachtigen › Papegaaien › Holenparkiet

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Holenparkiet | Cyanoliseus patagonus

Burrowing Parrot | Loro barranquero

De holenparkiet is in het gidsgebied een dwaalgast van menselijke herkomst: hij komt hier van nature niet voor. Waarnemingen gaan over ontsnapte of vrijgelaten kooivogels; in Tijuana in Baja California wordt sinds 2021 regelmatig een kleine groep gemeld (losse meldingen gaan terug tot 2011). Van nature broedt hij in kolonies, in holen die hij uitgraaft in steile oevers en kliffen in Argentinië en Chili.

Holenparkiet (Cyanoliseus patagonus)
Foto: NOIRLab/AURA/NSF — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Luid, rauw en schel: een hard, krassend krie-ah, in de vlucht vaak herhaald. Groepen maken veel lawaai.

Luister: RoepXC705118

Opname: Paul Marvin — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

45 cm, met een lange, getrapte staart. Kop, hals en bovendelen olijfbruin, de keel en borst grijsbruin met aan weerszijden van de borst een witachtige vlek. De onderrug, stuit en buik zijn geel, met een oranjerode vlek midden op de buik en oranje dijen. De slagpennen zijn blauw, de staart is olijfgroen met een blauwe zweem. Rond het oog een kale witte ring; de snavel is donkergrijs. De seksen zijn nagenoeg gelijk.

Verwarrings­soorten

Door de olijfbruine kleur, de gele stuit en buik en de rode buikvlek met geen enkele parkiet van het gidsgebied te verwarren. De monniksparkiet Myiopsitta monachus, ook een exoot, is kleiner en groen, met een grijs gezicht en een grijze borst.

Leefgebied

In het gidsgebied in stadsparken en woonwijken met grote bomen en palmen. Van nature in droog, open land met struweel en grasland, met steile oevers, ravijnen en kliffen voor de nestholen. Eet zaden, vruchten en bessen, ook in akkers.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied vooral in Tijuana (Baja California), daarnaast losse waarnemingen in onder meer Ciudad de México, Querétaro en Oaxaca. Van nature in Argentinië en Chili.

Hoe en wanneer kijken

In Tijuana in parken en woonwijken rond het Hipódromo en het Parque de las Américas; de groep verraadt zich door het luide gekrijs.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar in Argentinië plaatselijk achteruitgegaan door vangst voor de kooivogelhandel en vervolging als plaag in akkers. De groep in Tijuana is klein; of die zich blijvend handhaaft, is onduidelijk.

Wetenschappelijke naam

Cyanoliseus patagonus | (Vieillot, 1818)

Vieillot beschreef de soort in 1818 als Psittacus patagonus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cyanoliseus werd in 1854 ingevoerd door Bonaparte. Cyanoliseus is Grieks, van kuanos 'donkerblauw' en halusis 'ketting', naar de blauwachtig witte band over de borst. patagonus betekent 'Patagonisch', naar Azara's naam 'Maracaná Patagón', omdat de vogel uit Patagonië zou trekken. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Buenos Aires, Argentinië.