Alle soorten › Papegaaiachtigen › Papegaaien › Monniksparkiet
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Monniksparkiet | Myiopsitta monachus
Monk Parakeet | Cotorra argentina
De monniksparkiet is in het gidsgebied een exoot: hij komt hier van nature niet voor. Ontsnapte en vrijgelaten kooivogels vestigden zich vanaf het begin van deze eeuw in Mexicaanse steden, en inmiddels broedt hij in een groot deel van Mexico. Hij is de enige papegaai die geen holte gebruikt maar grote, gezamenlijke nesten van takken bouwt, in bomen, palmen en op elektriciteitsmasten.
Geluid
Luid, schel en krijsend: een hard kwiek of kree-kree, bij de nesten en in vluchtende groepen een aanhoudend gekrijs en gekwetter.
Opname: Joan Theng — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
28–30 cm, met een lange, spitse staart. Voorhoofd, gezicht, keel en borst zijn lichtgrijs, op de borst met een fijne, schubachtige tekening. De bovendelen zijn helder groen, de buik en onderstaartdekveren geelgroen. De slagpennen zijn blauw, in de vlucht goed te zien. De snavel is licht oranjeachtig hoornkleurig. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
Door het grijze gezicht en de grijze borst met geen enkele inheemse parkiet te verwarren. De groene aratinga Psittacara holochlorus en de halvemaanparkiet Eupsittula canicularis zijn geheel groen of hebben een oranje voorhoofd, zonder grijs.
Leefgebied
Steden, dorpen, parken, tuinen en sportvelden, ook boerenland met bomen, plantages en boomgaarden in de omgeving van steden. Eet zaden, vruchten, knoppen en bloemen, ook aan voedertafels en in akkers. Bouwt het nest van takken, vaak met meerdere kamers en door meerdere paren tegelijk gebruikt, in bomen, palmen, op masten en aan gebouwen; het nest wordt jaarrond gebruikt om in te slapen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In Mexico gevestigd in en rond veel steden, onder meer in Ciudad de México en de staat México, Veracruz, Jalisco, Sonora, Baja California Sur, Nuevo León, Coahuila, Guanajuato, Querétaro, Puebla, Oaxaca en Chiapas, en breidt zich nog uit. In Midden-Amerika alleen losse, waarschijnlijk ontsnapte vogels. Van nature in het zuiden van Zuid-Amerika, van Bolivia en het zuiden van Brazilië tot Argentinië; ook ingevoerd in onder meer de Verenigde Staten en Europa.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In parken en langs lanen in Ciudad de México en andere Mexicaanse steden; de grote takkennesten in palmen en op elektriciteitsmasten zijn van ver te zien en worden jaarrond bewoond.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied een exoot die zich snel uitbreidt. De nesten op elektriciteitsmasten veroorzaken plaatselijk storingen; over de gevolgen voor inheemse soorten is weinig bekend.
Wetenschappelijke naam
Myiopsitta monachus | (Boddaert, 1783)
Boddaert beschreef de soort in 1783 als Psittacus monachus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Myiopsitta werd in 1854 ingevoerd door Bonaparte. Myiopsitta verbindt het Griekse mus, muos 'muis' met het Neolatijnse psitta 'papegaai', naar het muisgrijze gezicht en de muisgrijze onderdelen. monachus is Laat-Latijn voor 'monnik'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Montevideo in Uruguay.


