Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Kleine bonte buizerd

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Kleine bonte buizerd | Leucopternis semiplumbeus

Semiplumbeous Hawk | Gavilán semiplomizo

De kleine bonte buizerd is een kleine, gedrongen bosbuizerd met donker leigrijze bovendelen, witte onderdelen, oranje washuid en poten en een korte zwarte staart met één smalle witte band. Hij zit lang stil in het bladerdak van vochtig laaglandbos en vangt daar hagedissen, kikkers, slangen en kleine vogels. In het gidsgebied is hij een standvogel van de Caribische laaglanden van Honduras tot Panama.

Kleine bonte buizerd (Leucopternis semiplumbeus)
Foto: Andres Hernandez — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, klagend, fluitend kwieeeeer, vaak lang herhaald vanuit het bos.

Luister: ZangXC400568

Opname: Patrick ODonnell — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

31–37 cm, met korte, afgeronde vleugels en een korte staart. Kop, nek en bovendelen zijn donker leigrijs, keel en onderdelen zuiver wit. Het oog is geeloranje; washuid en poten zijn fel oranje. De staart is zwart met één smalle witte band halverwege en een smalle witte top. In de vlucht zijn de ondervleugels wit met donkere toppen. Jonge vogels hebben fijne donkere streepjes op kop en borst en wit gebandeerde vleugeldekveren. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De grote bonte buizerd Pseudastur albicollis is veel groter en heeft een witte kop en witte bovendelen. De donkergrijze buizerd Cryptoleucopteryx plumbea is ook van onderen leigrijs. De tweekleurige havik Astur bicolor heeft grijze onderdelen, roestrode dijen en een lange staart met meerdere banden.

Leefgebied

Het binnenste en de randen van vochtig laaglandbos en het lagere heuvelbos, ook het regenwoud van Darién en oud secundair bos dat aan groot bos grenst. Zit op middelhoogte in het bladerdak en cirkelt zelden boven het bos.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Standvogel in vochtig laaglandbos aan de Caribische kant van het oosten van Honduras, Nicaragua en Costa Rica, en in Panama aan beide kanten, oostwaarts tot in Darién. Buiten het gidsgebied in het westen van Colombia en het noordwesten van Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zit vaak lang stil op een tak op middelhoogte in het bos of aan een bosrand en wordt meestal pas opgemerkt door de roep. De Caribische laaglanden van Costa Rica en de bossen van Soberanía en Darién in Panama zijn plaatsen waar de soort geregeld wordt gezien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Afhankelijk van vochtig laaglandbos en daardoor gevoelig voor ontbossing.

Wetenschappelijke naam

Leucopternis semiplumbeus | Lawrence, 1861

Lawrence beschreef de soort in 1861 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Leucopternis werd in 1847 ingevoerd door Kaup. Leucopternis is Grieks, van leukos 'wit' en pternis, een door Aristoteles genoemde soort havik. semiplumbeus is Latijn, van semi- 'half' en plumbeus 'loodkleurig', naar de leigrijze bovendelen boven de witte onderdelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Caribische helling van Panama, langs de spoorlijn over de landengte.